Preek gehouden in de Stadsdennenkerk, Harderwijk, op 6 april 2008. Gelezen is Jesaja 43:1-15 en I Petrus 1:17-23. Tekst: Jesaja 43:12b "Jullie zijn mijn getuige – spreekt de Here – , dat ik werkelijk God ben."
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Wij staan met elkaar in het volle leven. Wij lezen de kranten en bekijken het nieuws. En wij verwachten, dat de boodschap die in de kerk gebracht wordt daaraan niet voorbijgaat. Wij verwachten van de preek een stukje toerusting tot practisch Christendom.
Tegelijk is daar de doorgaande lezing in de kerken volgens het rooster en passend bij de kleur van de zondag. Vandaag uit het Oude Testament: Jesaja 43. Uit het Nieuwe hebben we dit keer niet de evangelielezing genomen uit Johannes 21 (Jezus die na zijn opstanding maaltijd houdt aan het meer en de 153 vissen). We hebben de lezing uit de brieven genomen I Petrus 1.
Het is altijd weer verrassend hoe daar licht valt vanuit Gods woord op onze levenssituatie. Het is vaak even zoeken en het is een waagstuk… En het is vertaalwerk! Maar altijd weer is daar die boodschap van de bijbel voor ons leven. En altijd weer wordt het heel concreet als je er dieper over nadenkt.
Als ik dan om me heen kijk zie ik zoveel verharding van meningen en standpunten. Hugo Claus kiest in België voor een zelfgekozen dood omdat hij de gevolgen van Alzheimer niet onder ogen wil zien. Kardinaal Danneels reageert met te zeggen dat euthanasie niet zo heldhaftig is als het wel lijkt. Hij krijgt heel de humanistische wereld over zich heen. Bij een Claus-herdenking wordt hardop gezegd: "Danneels, schaam je!"
Het is heel kenmerkend voor onze samenleving dat iedereen blijft vechten voor het eigen gelijk tot de laatste snik. Mugabe in Zimbabwe kan zich na bijna dertig jaar machtspolitiek gewoon niet voorstellen dat het afgelopen is. Er wordt gefraudeerd en getalmd met verkiezings-uitslagen. De oppositie roept de hulp in van de internationale gemeenschap.
Er wordt gevochten voor het eigen gelijk. De Olympische vlam zal naar de top van de Mount Everest worden gebracht. Omdat de berg op de grens van Nepal en Tibet ligt bevestigt China daarmee zijn claim op Tibet. Boeddhistische monniken hebben wel duidelijk gemaakt hoe daar in Tibet over gedacht wordt.
Nog venijniger wordt het eigen gelijk als het gaat om religieuze overtuigingen. Dat is wel een pijnpunt in onze huidige samenleving. Daarmee komen we bij de vraag of en in hoeverre de Islam bereid is zich aan te passen aan de westerse samenleving en omgekeerd of onze van huis uit christelijke cultuur bereid is tot dialoog en/of vreedzame coëxistentie.
Je kunt daar op verschillende manieren mee omgaan. Daar is een benadering die vooral uit angst en rancune geboren wordt. Dat is de benadering van Geert Wilders, de PVV en velen met hen die het misschien niet openlijk toegeven, maar het in hun hart wel zo beleven. Deze mensen kijken nogal nostalgisch terug naar de tijd dat Nederland nog een integraal christelijke cultuur was. Alles heerlijk uniform, homogeen en eenduidig. Nederland uit grootmoeders tijd! Zij veridealiseren dat een beetje en zien de Islam uitsluitend als een bedreiging.
Dan is het natuurlijk erg gemakkelijk om filmpjes als Fitna te vertonen, die suggereren dat het terrorisme een uitvloeisel is van de Islam zelf, omdat de Koran oproept tot Jihad (heilige oorlog). Maar daarmee doe je goedwillende moslims tekort. Twee weken geleden ontving ik ongevraagd een uitgave via de 'Stichting schreeuw om leven' (Hilversum) van het boekje van Koen Raadt: Twee gezichten, één Islam. Hier is men niet meer te goeder trouw. Men haalt moslims aan die zeggen: "Wij zullen uw land infiltreren dankzij uw democratie en wij zullen u straks domineren dankzij onze sjaria." Het lijk mij toe, dat niet iedere moslim dat zo zal nazeggen. Niet iedereen heeft daar een dubbele agenda.
Er is ook een benadering als die van Doekle Terpstra, die onlangs het nieuws haalde met zijn aktie tegen de verwildering – Het manifest 'benoemen en bouwen' dat je kunt ondertekenen. Daarin wordt gevraagd om niet te vervallen in ongenuanceerde polariserende one-liners, maar als mensen van goede wil elkaar aan te spreken op verkeerde dingen en samen te bouwen aan iets nieuws.
Maar laten we nu kijken naar onze tekst uit Jesaja 43. Wat is de achtergrond van die woorden? Israël is in ballingschap in Babylonië. Dat was dus ook een multi-culti-samenleving. In Babylon hadden ze hun eigen goden en hun oppergoed was Marduk. Daar tegenover had Israël maar één God, die door hen beleden werd als de Schepper van hemel en aarde en als Heer van de geschiedenis.
En nu schildert Jesaja ons een rechtszaak die wordt aangespannen door de Here God zelf. Hij daagt de babylonische goden voor de rechtbank. Hij maakt er aanspraak op dat Hij de enige en ware God is die bevrijdt uit de slavernij. Hij is een God die vrijkoopt, die de hele wereld wel wil geven voor het leven van een enkeling. Hij is een God die mensen terugbrengt die zijn kwijtgeraakt uit Noord en Zuid en Oost en West. Hij is een God die er een erezaak van maakt om een REDDER te zijn. Hij is een God die de mensen bij name kent en zegt: "Ik heb je gemaakt; je bent van mij." Laten we thuis nog eens lezen die machtige verzen 1-7 van Jes. 43 waar God zich tot in het diepst van zijn wezen laat kennen als Heiland.
En nu moeten de goden van Babylon maar eens komen om te laten zien dat ze ook zulke redders zijn van mensen! Laten ze hun getuigen meebrengen, de volkeren die in hen geloven. Het lijkt een beetje op psalm 82: God staat in de vergadering van de goden… HIj heeft ze tot gericht ontboden. Gij machten die het onrecht stijft, bevoorrecht al wie kwaad bedrijft. Hoort: Gij moest wezen en geringen, beschermen in hun rechtsgedingen. Gij moest wie arm is en veracht, vrijmaken uit der bozen macht. En dan in vers 2: Maar nee, gij brengt de chaos weer. Ik stort u in de afgrond neer." (berijming)
En in dat proces dat door God gevoerd wordt, vraag hij aan Israël en ook aan ons, die door Jezus zijn geënt op Israël of we voor Hem getuigen willen. Dat is wat! God stelt zich afhankelijk van zijn volk. Ze moeten getuigen dat Hij een Redder is. Anders verliest Hij de rechtszaak. God zegt tegen zijn volk: Jullie zijn wel vaak doof en blind (geweest) voor wat Ik gedaan heb, maar getuig nu dat Ik een Redder en Bevrijder ben. Doe dat want alles hangt daar van af.
Toen ik van de week zo bezig was met de teksten, dat ik – heb ik daar ook wat aan? en heeft de gemeente daar ook wat aan met het oog op de actuele problematiek. Ik denk van wel. En zo kom ik dus aan de toepassing van de preek. Kijk, wij hoeven niet zo nodig dat rechtsgeding te voeren. Dat doet God Zelf wel! Hij zal Zichzelf wel bewijzen als de Redder-God. Hij zal de goden van de volkeren wel ontmaskeren, wanneer zij onderdrukkers blijken te zijn. Het enige dat Hij van ons vraagt, is of we voor Hem willen getuigen. Dat betekent: ten overstaan van de hele wereld getuigen zijn van zijn liefde, zijn vergeving, zijn bevrijding.
Wij moeten nooit vergeten, dat de Here Jezus ook vóór alles getuige was van God zijn Vader. Hij wordt in Openbaring 1 genoemd: de getrouwe getuige (martus), de eerstgeborene uit de doden en de overste van de koningen der aarde. Dat woord getuige, martus in het Grieks, hangt samen met mart-elaar. Het kan dus zijn dat je omwille van je getuigenis lijden moet. Christus heeft dat ook gedaan. Lees daarover in I Petrus 1. Maar omdat hij dát gedaan heeft, zijn wij nu losgekocht, vrijgekocht, bevrijdt van alle machten, die ons onderdrukken, discrimineren en klein houden. Zó heeft God zijn rechtszaak gewonnen!
We zouden kunnen overwegen of dit wellicht een vruchtbare weg is vandaag. Niet de confrontatie. Ook niet je eigen geloof inleveren – conflichtvermijdend gedrag terwille van de lieve vrede, die geen vrede is. Maar getuige zijn van onze God, die liefde is. Amen.