Kerstpreek 24 december 2008

Kerstnachtdienst 24 december 2008 Stadsdennenkerk Harderwijk. Lezingen: Samuël 16:4-13 en Lukas 2:1-14

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Zo'n duizend jaar voor de geboorte van de Here Jezus loopt er een man door de velden van Bethlehem. Hij is op weg naar het huis van Isaï, één van de inwoners van Bethlehem. Die man is Samuël en hij is op zoek naar een koning voor Israël. Trots stelt Isaï zijn zonen voor aan de profeet en richter. Allereerst is daar Eliab. Een man met uitstraling, een rijzige gestalte. Dat zal de nieuwe koning van Israël worden, denkt Samuël. Maar de Here zegt ‘nee'. Jij ziet aan wat voor ogen is, maar Ik zie het hart aan. Niet alles is wat het lijkt. Als je maar wat beter kijkt! Zeven zonen van Isaï gaan voorbij. Niet één deugt er voor het koningschap.

Dan zegt Samuël: Zijn dit al uw zonen? Nee, zegt Isaï, alleen de jongste is er niet. Hij is nog buiten in het veld en hoedt de schapen. Haal hem op zegt Samuël. En daar komt die kleine herdersjongen aan. Een knap ventje met sprekende ogen en hij heet David. Dit zal de nieuwe koning van Israël worden, zegt Samuël en hij neemt een hoorn waarin hij zalfolie bewaart en zalft hem tot koning te midden van zijn broers. Zo werd daar in Bethlehem een kleine herdersjongen gevonden die koning zou zijn. Nee, niet die geweldige kerels werden uitgekozen. Ze zagen er indrukwekkend uit, maar ze waren niet van het hout waaruit men koningen snijdt. Alles is niet wat het lijkt. Als je maar wat beter kijkt. Een kleine herdersjongen zou koning woden. Een jonge man die wist hoe je voor de schapen zorgt.

Hoe komt het toch dat die herders altijd weer zo belangrijk zijn in dat Kerstverhaal? Duizend jaar later lopen er herders door het veld van Bethlehem. Ze zijn op zoek naar een kleine jongen die koning zou worden.

Deze Stadsdennenkerk is gelegen aan de Alberdingk Thijmlaan. De gebroeders Thijm, zonen van vader Thijm schreven samen het bekende liedje rond 1850. Jos de tekst en Lambert de melodie: De herdertjes lagen bij nachte. Zij lagen bij nacht in het veld. Ze hielden getrouwe de wachte. Ze hadden hun schaapjes geteld. Daar hoorden zij engelen zingen. Een liedeke vloeiend en klaar. De herders naar Bethlehem gingen. 't Liep tegen het nieuwe jaar.

Herders op weg naar Bethlehem op zoek naar een kind dat koning zal worden. In hun dagen was de Messiasverwachting in Israël zeer sterk, vooral ook vanwege de Romeinse bezetting. De redder van het volk zou een volgroeide persoonlijkheid zijn, geen geweldenaar, een man als Eliab, Abinadab of Samma… zonen van Isaï. Hoe die herders daar in het veld op het vreemde idee kwamen dat dit kleine kindje de beloofde Messias was, dat wekt bevreemding. De politici en geleerden in Jeruzalem hadden er geen weet van. Maar die eenvoudige herders hadden een engel gezien! Ze wisten wat de mensheid altijd al geweten heeft: dat een pasgeboren kind een teken van hoop is en een belofte in zich draagt. En dankzij de engel wisten ze nog veel meer. Het kind uit Bethlehems stal zou koning worden. Jezus Messias.

Ruim een eeuw na de geboorte van de Here Jezus leefde er in Alexandrië een groot theoloog. Hij heette Origenes. Hij schrijft ergens: Jezus werd in Bethlehem geboren. De mensen daar wijzen nog steeds de grot aan waar zijn vader en moeder hem in een voerbak hebben neergelegd. Zo'n voerbak werd veelal in de wand van de grot uitgehouwen – een nis ie werd uitgediept. Maria wikkelde haar kind in doeken en legde het neer in zo'n nis, zo'n voederbak. Velen hebben daarin een parallel gezien met Lukas 23:53 waar Jozef van Arimatea de Here Jezus in doeken wikkelt en neerlegt in het rotsgraf. In de geboortegrot kondigt zich al aan wat er met deze koning gebeuren gaat. Hij zal niet onder de triomfboog doorgaan, maar gebogen gaan onder het kruis.

De weg die Jezus gegaan is, het kind van Bethlehem, is die van het offer en het lijden geweest ter wille van de ander. Dat heeft te maken met zijn visie op het koningschap. Voor hem is koningschap ten diepste herderschap. Daarom zijn die herders zo belangrijk in het geboorteverhaal. Een herder verzorgt en verbindt en voedt en telt zijn schapen. Hij staat voor ze in en wijst ze de weg naar de stal, beschermt ze tegen de wilde dieren. Een koning hoort een herder te wezen of anders is hij geen koning. Alleen maar omdat de Here Jezus een herder heeft willen zijn – de goede Herder – heeft God hem verhoogd en hem een naam boven alle naam gegeven. Een koningschap zonder einde.

Als u een practische toepassing wilt, dan nodig ik u uit om eens na te gaan hoeveel koningen er ook inderdaad herder zijn of zijn geweest. Is Bush een herder geweest terugkijkend over acht jaar Bush administration? Hij heeft er een paar schoenen voor naar zijn hoofd gekregen. En wat te denken van Moegabe, zijn zgn. landhervormingen en de chaos waarin hij Zimbabwe gestort heeft. Vandaag nog zei iemand: Hoe is het in Gods naam mogelijk, dat die man dat durft; Hoe is het mogelijk dat de wereld hem zijn gang laat gaan. Nee, heel veel koningschap! En weinig of geen herderschap!

Wij vieren het Kerstfeest 2008. Kerst – een hoogtepunt in het kerkelijk jaar. Het hoge feest. Het licht schijnt in de duisternis. God is in onze wereld gekomen. Niet als een geweldenaar, maar als een kindeke klein. Met de herders uit het veld van Bethlehem knielen wij voor hem neer. En wij aanbidden Hem, onze goede Herder. Hij mag onze koning zijn. Hij zal het ook zijn. Tot in eeuwigheid. Amen.