Meditatie op aswoensdag. Lezingen: Jesaja 58:1-10 en Mattheus 6:16-21
Het is aswoensdag, het begin van de tijd van veertig dagen. We zijn hier bij elkaar om daarbij stil te staan. En we hebben daarbij gelezen een tweetal klassieke bijbelgedeelten die gaan over bidden, vasten en onthouding. Als voorbereiding op de stille week en het feest van Pasen bidden en vasten we. Het vasten (×¦×•Ö¹× in het Hebr. en νηστευω in het Grieks) zet aan het bidden kracht bij. We maken ons als het ware leeg (letterlijk en figuurlijk) voor God, zodat Hij ons vullen kan met zijn Geest – met Zijn werkelijkheid. Als wij ons onthouden van genietingen, als we wat minder vol zijn van onszelf en van wat wij zelf belangrijk en prettig vinden, dan brengt ons dat dichter bij God. Tenminste, dat mogen we hopen. De lezingen laten ook wat anders zien.
Gisteren was ik bij een gebedssamenkomst. In het bezinnend gedeelte dachten we met elkaar na over de veertigdagentijd. Zoveel was duidelijk, dat het daarin gaat om inkeer en verstilling. Toch werd ook opgemerkt dat het een tijd is om eens stil te staan bij de krantenverkoopster op de hoek van de straat of om eens wat extra tijd te nemen voor het bezoek aan de zieken. De veertigdagentijd schiet aan zijn doel voorbij als het ons maakt tot introverte mensen, op onszelf gericht, in onszelf gekeerd… alsof we alleen langs die weg God zouden vinden.
We hebben – lijkt mij – allemaal wel eens gehoord van Anselm Grün – de leraar spiritualiteit uit de Benedictijnse abdij Münsterschwarzach. Nog niet zo lang geleden, 2008, verscheen in Nederlandse vertaling zijn ‘Boek met antwoorden'. Hij schrijft daarin een aparte paragraaf over de spiritualiteit: Wat is en waarheen leidt de spirituele weg? Daar benadrukt hij dat spiritualiteit ons leiden moet naar het leven van alledag. Spiritualiteit moet concreet worden! Zij blijkt uit de manier waarop wij ons leven van alledag vorm geven.
Anselm Grün ontleent deze visie op spiritualiteit aan de heilige Benedictus van Nursia. Dat brengt hij als volgt onder woorden: "De heilige Benedictus riep ons monniken in zijn regel op tot een heel alledaagse spiritualiteit. Voor Benedictus manifesteert spiritualiteit zich niet in vrome gevoelens maar in de bereidheid om ons te concentreren op ons werk, op de concrete gemeenschap waarin wij leven, op de dagelijkse gang van zaken en op het gemeenschappelijke bidden." Het zal dus ook in de tijd van veertig dagen niet alleen maar gaan om ascese en verstilling en een grotere zelfdiscipline dan gewoonlijk. Het zal ook en vooral gaan om het leven van alledag: een grotere transparantie. Door ons heen wordt God zichtbaar in de dagelijkse levenspraktijk.
De weg van de spiritualiteit gaat dus over de manier waarop we de gewone dingen doen. Het is opmerkelijk hoe Benedictus in zijn regel over het ambachtelijk werk spreekt – de dagelijkse handenarbeid. De monniken dienen hun werk te doen met liefde voor het vak. Ze mogen niet verwaand zijn als het gaat om hun vakkennis. Ze moeten hun producten zo mogelijk goedkoper aanbieden dan anderen. Ze zullen hun dagelijks werk zo doen, dat God er door geprezen wordt. Dat is de spirituele weg: Je dagelijks werk zó doen dat God daarin en daardoor geprezen wordt.
Ik eindig waar ik begonnen ben – bij de schriftlezingen. Ik denk dat Anselm Grün ons geweldig helpt bij de uitleg daarvan. Spiritualiteit moet concreet worden. Ons leven van alle dag transparant. God wordt daarin zichtbaar. En dat was nou precies niet het geval met de Israëlieten in de tijd van Jesaja en in de tijd van Jezus. Tenminste – met de meesten van hen. Vasten was een pose: Kijk eens hoe godsdienstig ik ben! Het was een ongerijmdheid: godsdienstige vormelijkheid terwijl er tegelijk onrecht bedreven werd en er mensen met elkaar op de vuist gingen. Het is maar goed dat Kerkinaktie ons projecten aangeeft om voor te sparen in deze tijd van veertig dagen. Dat alles onder het motto ‘Wederopbouw'. Dit houdt ons dicht bij de aarde, bij de spiritualiteit van alledag.