Preek gehouden tijdens mijn vijfentwintigjarig ambtsjubileum op 11 januari 2009 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. De lezingen waren Exodus 19:3-6, Johannes 20:11-16 en I Kor. 12:4-11. De tekst voor de preek was I Korinthiërs 12:4 "Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here."
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Als ik de kerkzaal binnenkom achter de ouderling van dienst aan en ik kom in het grijze pak i.p.v. in mijn toga, dan zie ik u altijd denken: "Hij zal wel weer wat op de piano gaan spelen." En dat klopt dan meestal ook wel. Toch doe ik dat maar bij hoge uitzondering. Dat komt… ik heb een verstandige vrouw en die zegt dan altijd tegen mij: Bedenk wel, je bent een voorganger en geen voorzanger en je moet iedereen zijn ding laten doen. En ik luister altijd goed naar haar. Tenminste – meestal wel. Maar ik heb nu ook om een andere reden de toga thuisgelaten. Ik heb overigens wel wat met die toga, omdat ik het allemaal niet op eigen gezag doe en zeg. Maar ik heb nu het pak aan, omdat ik op de kansel een kleine act wil opvoeren en dat lukt alleen als ik een kostuum aan heb.
Voor de luisteraars thuis aan de kerkradio zal ik precies vertellen wat ik laat zien. Zo kunnen jullie het ook precies volgen. Ik heb hier een wit servet. We denken wellicht. Wat gaat ‘ie nou doen. (ASLW houdt het servet aan twee punten vast en laat de voor- en de achterkant zien) Ga ik wat goochelen? (ASLW zet het servet overeind, maar het zakt in elkaar als hij het aan de bovenkant loslaat. Tweede keer lukt het wel, omdat hij het servet niet laat staan maar laat hangen; Hij steekt een vinger op. Legt het servet er overheen. Hij haalt het weg. Er blijken nu twee vingers te zijn.) Of misschien ga ik een hapje eten? (ASLW steekt het servet in zijn boord onder zijn kin en spreid het uit) Nou, dat ook niet, want daar is het hier de plaats niet voor. Ik vouw het servet dubbel en leg het netjes over mijn linker arm. Begint het nu al ergens op te lijken? Roept u maar. Inderdaad… Zo draagt een ober het servet bij zich. Nu pak ik het attribuut van de ober. Dat is het dienblad. Mooi woord is dat – dienblad. Dat is een blad om mee te dienen en te bedienen. Nu kom ik waar ik wezen wil. Hier heb ik een bijbel. Niet zomaar een bijbel. Deze ligt namelijk altijd op mijn bureau als ik de preek schrijf. Die zet ik op het dienblad. Nu is het plaatje compleet. Ik ben een dienaar van het woord. Ik bedien u het woord. Dat is mijn vak. Ik ben een soort ober in dienst van de Heer. Nou ja, wat hoort er dan zo'n beetje bij het vakjargon van de ober? "Wilt u de dagschotel of wilt u à la carte?" "Is alles naar wens?" "Was u tevreden over de bediening?" "Zal ik de rekening dan maar brengen?"
Misschien zijn er in de zaal wel obers of serveersters. Ik zeg u bij deze dat u een mooi vak hebt. U doet ons namelijk voor wat dienen is en bedienen. Paulus zegt in I. Kor. 12 dat alle gelovigen een bediening hebben. Hij gebruikt daar het Griekse woord diakonia. We zijn allemaal diakenen. Een ieder op onze eigen manier zijn we bezig met het uitserveren van Gods Woord.
Ik heb dat nu vijfentwintig jaar mogen doen in het ambt van predikant, dus als dienaar van het Woord. Ik heb u vanaf deze kansel al heel wat keertjes het Woord bediend. Er wordt mij wel eens gevraagd wat ik daar zo mooi aan vind. Wat vind ik zo mooi aan de bijbel? Ik heb dat vandaag neergelegd in drie lezingen.
In de eerste plaats de Exoduslezing. God die ons getekend wordt als onze Bondgenoot. Een God die sterker is dan de Farao, de ultieme representant van het kwaad. God die het verdrukte volk op de vleugels neemt en het wegdraagt tot hoog op de berg van zijn verbond, waar het veilig is en waar hij zijn leefregels en beloften geeft. Wij kunnen, zoals u begrijpt over God alleen in symbolen spreken. Hij is in de bijbel bijv. een Koning of een Herder of een verterend vuur. Hier is hij een arend. Hij die ons op arendsvleugelen heeft geheven. Ik zal altijd op zoek blijven naar dat mysterie dat sluimert in ons bestaan. Op zoek naar God, die de Grond is of de Macht van het zijn – zoals Paul Tillich dat tot uitdrukking brengt. God is Grond en Diepte tegelijk, lieflijk en ontzagwekkend. Hij is het die in de bijbel ook met het symbool Vader wordt benoemd.
Het meest ontroerende gedeelte uit de bijbel vind ik Johannes 20, waar Maria Magdalena verdriet heeft omdat ze haar Jezus verloren heeft. Maar dan hoort ze op de Paasmorgen haar naam: Maria! En ze keert zich om en herkent hem, haar leraar, haar meester. Als Jezus je bij je naam noemt, keer je je om en wordt alles anders. Bij je naam genoemd worden – dat is persoonlijk gekend zijn. Dat willen we allemaal ten diepste. En de opstanding van Jezus Christus brengt een ommekeer teweeg. We zien in Christus het leven zoals het bedoeld is. We moeten wel sterven, maar niet langer heeft de dood het laatste woord. We staan wel schuldig, maar het is niet hopeloos. Wij zijn de vervreemding te boven gekomen. We zijn wedergeboren tot een levende hoop. Als Jezus je naam noemt, krijg je deel aan de opstanding – sta je op tot een nieuw leven.
In mijn werk probeer ik u te bewaren bij dat Woord en die beloften van God. In het verkondigen van de blijde boodschap. In het pastoraat, de gesprekken met mensen thuis of in het ziekenhuis of in tehuizen. In de toerusting en het gesprek met theologen en filosofen. Ik ben wel altijd een beetje onderwijzer gebleven. Ik wil u altijd wat leren. Dat heeft wel wat moois, maar u vindt het misschien soms ook wel wat lastig of vervelend!
Ik wordt er altijd blij van als mensen belangstelling tonen voor religie – op zoek gaan naar zingeving en Godsgeloof – het antwoord van de bijbel overwegen – komen tot God en Hem Vader leren noemen – zich aangesproken weten bij hun naam – Christus volgen… zich omkeren naar hem – zich in gaan zetten voor een rechtvaardiger wereld en barmhartigheid leren.
Zoals gezegd: Dat maakt mij blij. Maar het allermooiste vind ik het als mensen door het geloof in beweging worden gezet. "De Geest krijgen" zeggen we dan. Daar heeft Paulus het over in I Kor. 12. God geeft ons door de werking van zijn Geest allemaal iets om mee bezig te zijn in zijn kerk. De een kan dit en de ander dat. De gemeente is zo rijk aan gaven en talenten. En het is mooi om die bij elkaar op het spoor te komen. Ik heb de bijbel leren uitleggen en daarover leren praten. Maar dat is slechts een klein stukje van de gemeente. We zijn allemaal op onze eigen manier bezig om het Koninkrijk van God zichtbaar te maken. En dan kom ik toch weer bij dat dienblad. Op welke manier bent u, ben jij bezig om Gods boodschap uit te serveren? Wat is uw / jouw bediening?
Ik heb neiging om van de kansel af te komen en met dat blad bij u rond te gaan. Wat zouden we er op leggen? Misschien legt onze koster er de sleutel van de kerk op. Hij maakt van gastvrijheid en gastheerschap zijn professie. Misschien legt … haar gitaar erop. Zingen over het geloof. Ook een manier om de boodschap uit te dragen. Misschien legt … zijn balpen erop. Hij is de scriba (secretaris) van onze kerkenraad. Hij maakt de notulen en schrijft de brieven. Misschien legt … er een boeket bloemen op. Samen met de bloemencie. maakt zij elke week een mooi boeket om mensen blij te maken die het wat moeilijk hebben. Zo geeft ze blijk van het meeleven van de gemeente. Ik heb door Gods genade vijfentwintig jaar predikant mogen zijn. Zo heeft hij mij willen gebruiken. Als een ober in dienst van de Heer. Ik vind het mooi om te zien hoe Hij u en jou wil gebruiken.
Aan het eind van de preek bedank ik u als gemeente voor het vertrouwen dat u mij geeft om onder u te werken. Van die vijfentwintig jaar was ik hier verreweg de langste tijd. Ik dank mijn vrouw voor haar hulp en meedenken vooral in de periode van ziekte die nu gelukkig achter mij legt. Ik dank God, mijn hemelse Vader, die mij steeds kracht gegeven heeft en die mij weer terugbracht op deze plaats, die mij lief is. Ik houd van deze plek, Lieve mensen, ik houd van jullie. Amen.