preek 12 maart 2008

Preek gehouden in de Stadsdennenkerk te Harderwijk op woensdag 12 maart 2008 (biddag voor gewas en arbeid). Gelezen is Psalm 144.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het is biduur voor gewas en arbeid. Wij realiseren ons vandaag dat we voor het onderhoud van ons lichaam afhankelijk zijn van heel veel dingen: een goed lopende economie, een goede infrastructuur en voor alles een goede opbrengst van het land. Als er geen voedsel geproduceerd wordt, houdt alles op. Wij kijken wel massaal naar "Boer zoekt vrouw", maar beseffen we wel hoe belangrijk dat werk is in de primaire sector? Hoe moeilijk het is voor een boer om te manoeuvreren tussen economisch belang en milieuvriendelijk produceren? We vinden alles vanzelfsprekend. Als we mossels willen eten, gaan we naar de winkel. De problemen van de mosselvissers gaan als een nieuwsflits aan ons voorbij en we zijn ze vlug vergeten. We zijn veel kwetsbaarder dan we denken waar het gaat om eten en drinken. Maandag was er geen water in Groningen en ommelanden. Dat legde de hele samenleving plat. Toen in december Italiaanse truckers de wegen blokkeerden, enige dagen lang, bleven de schappen in de winkels leeg en zaten de mensen zonder voedsel.

We houden biddag voor gewas en arbeid. Ja, ook dat laatste, want ook werk hoort bij die basale dingen in 't leven die beslissend zijn. Ook als er goede oogst is en voedsel en kleding – maar ik kan er niet voor werken – dan zit ik zonder; ook mijn vrouw en mijn kinderen. Alle cultuur, alles waar we ons met elkaar druk over maken, valt of staat met die eerste levensbehoeften van voedsel en water en kleding en warmte en de mogelijkheid om ervoor te werken. Daarvan zijn we afhankelijk.

De Israëlieten brachten die afhankelijkheid tot uitdrukking met de toonbroden. Ze namen brood en legden dat in de tabernakel – later in de tempel – neer voor God. Op de tafel van de toonbroden vóór het Heilige der heiligen, vóór het voorhangsel. Zo van: "Dit brood hebben we nodig voor ons levensonderhoud. Daarom zetten we dat hier voor U neer om 't onder Uw aandacht te brengen."

Nu hebben wij uit de bijbel Psalm 144 gelezen. Dat is een wat merkwaardige psalm. Koning David is aan het woord. De psalm is niet door hemzelf geschreven. De schrijver leefde later en heeft deze woorden hem in de mond gelegd, omdat David nu eenmaal gezien werd als de ideale koning. Je zou Psalm 144 in zekere zin een koningspsalm kunnen noemen.

De opbouw is een beetje vreemd. De verzen 1-11 bestaan grotendeels uit aanhalingen uit andere psalmen. We herkennen flarden uit Psalm 8 en Psalm 18. Het slot is van de dichter zelf. Het is een bede om voorspoed (vers 12-14). Dat komt overigens in de NBG-bijbel beter tot zijn recht dan in de Nieuwe Bijbelvertaling. De psalm wordt besloten met een zegenbede: vers 15 "Gelukkig het volk welks God de Here is."

Als we naar de figuur van David kijken, zoals hij uit deze psalm op ons toekomt, dan is daar eerst de belijdenis, dat de Here zijn rots is, zijn burcht. Als David al voorspoedig was in de strijd, dan was het aan God te danken. God heeft zijn vingers geoefend voor 't gevecht. Er wordt gedacht aan de manier waarop je een boog spant en een pijl vasthoudt met je vingers. Dat vraagt een speciale techniek.

In de tweede plaats zegt David van zichzelf dat hij maar gering is – een aanhaling uit Psalm 8: "Wat is de mens dat u aan hem denkt… 't mensenkind, dat u naar hem omziet." Nee, alleen de openbaring van Gods macht en heerlijkheid doet er toe! "Heer, schuif uw hemel open, en daal af!

Als David zijn volk wil bevrijden van de barbarij, vijanden die 't land in de chaos storten, dan heeft hij Gods hulp nodig. "Reik mij uw hand van omhoog; Bevrijd mij Heer, dan zal ik zingen." Geen sjalom voor Israël zonder de vrome koning, die God om hulp vraagt en voor hem een danklied speelt op de harp.

Als wij straks zullen bidden om voorspoed voor ons allemaal, dan mogen we bidden om een goed seizoen, goede oogst, een goed product, een gezonde veestapel, werk etc. Maar wij zullen zeker ook moeten bidden om een rechtvaardige overheid. Dat is wat Psalm 144 ons leert; wat Dávid ons leert. Zonder vrome koning geen sjalom in het land! Zonder rechtvaardige overheid geen vrede en welvaart in het land.

We hebben in Kenia gezien wat er gebeurt als de overheid tekortschiet of wordt lamgelegd. Kibaki en Odinga betwisten elkaar de verkiezingsoverwinning. Intussen verandert het land in een chaos en een stroom vluchtelingen komt op gang. Op veel plaatsen in onze wereld staat de democratie onder druk, is de overheid corrupt of dictatoriaal. Geen sjalom voor het volk zonder rechtvaardige overheid. Dat is maar al te waar. De Gereformeerde Bond binnen de PKN heeft opgeroepen om vandaag te bidden voor de overheid. Die oproep is terecht uitgegaan.

Als we beter kijken naar de bede om voorspoed aan 't eind van Psalm 144, dan verwondert ons de schoonheid van dat gebed. 't Gaat om mensen, de natuur en om veiligheid. dat zijn ook vandaag de dag nog precies de items waar het om gaat! Er wordt gesproken over de zonen en dochters van het land. Natuurlijk begint het daarmee. Een samenleving gaat verloren als de jeugd geen deugdzaamheid leert. David bidt om jonge mannen die uitgroeien tot sterke bomen, eikenbomen der gerechtigheid. Hij vergelijkt de dochters van het volk met zuilen in de vorm van vrouwenfiguren – zoals we die bijv. nog wel kunnen zien op de Akropolis in Athene: de zuilen van het Erechteion. De vrouw als steunpilaar van deugdzaamheid waarop alles gebouwd is… de hele samenleving. Dat dat eens zou kunnen! Als de regering zich druk maakt over onderwijs, schoolboeken en jeugdzorg en als er zelfs een minister is voor jeugd en gezin, dan beginnen we aan de goede kant!

Davids bede om voorspoed geldt ook de natuur waarín we leven en waarván we leven. "Dat onze schuren gevuld mogen zijn, van voorraad en voedsel voorzien. Dat onze schapen en geiten met duizenden, ja tienduizenden op onze velden zullen staan. Weldoorvoede kudden." Dat is de uitbundigheid van de natuur – de overvloed van Gods zegen. De aarde is zo rijk in wat zij geeft, dat er genoeg is voor iedereen, ook om mensen te helpen in dorre streken. Dan blijft er zelfs nog over. Zeven volle korven. Een goede overheid zorgt ervoor dat alle mensen deel kunnen hebben aan die rijkdom. Schrijnende tegenstellingen mogen niet bestaan. Gisteren ging het in het Journaal over bovenmatig hoge vergoedingen voor topmanagers. De regering probeert dat aan banden te leggen. Er was ook nieuws over gerechtsdeurwaarders die beslag moeten leggen op goederen waar het eigenlijk niet meer kan. Een man die door werkloosheid in de verpaupering terechtgekomen was, liet zijn gouden zegelring zien – vroeger gekregen van vader en moeder. Hij zei: "Misschien moet ik die ook nog wel afgeven." Ik mag er wel op wijzen, dat de collectedoelen voor deze veertigdagentijd een poging zijn om de tegenstellingen te overbruggen. Een poging om iedereen te laten delen in het goede van deze aarde.

Davids bede gaat ook over veiligheid in de samenleving: "Dat er geen inval zal zijn of uittocht, geen weeklacht op onze pleinen." Je ziet 't voor je: Soldaten die zich ruw toegang verschaffen tot woningen. Mensen die wegvluchten met angst in hun ogen. Demonstraties op de pleinen van de steden, geschreeuw en paniek na een aanslag. Die taferelen gaan vaak door merg en been. Ze staan wel heel ver weg van de bijbelse sjalom, het vrederijk van God. Ook hier heeft de overheid de taak om de openbare orde te handhaven, om 't welzijn van alle burgers te bevorderen door rechtvaardig bestuur. In ieder geval gebeurt dat niet, als volksvertegenwoordigers tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen en religies oproepen en aanscherpen in plaats van ze te overbruggen. Het werken aan veiligheid en vrede is voorwaar geen gemakkelijke taak.

Wij houden biduur voor gewas en arbeid. We hebben nagedacht over Psalm 144. En we hebben overwogen dat 't gebed om voorspoed eigenlijk een gebed is voor de koning. En als we 't zo formuleren, dan ligt de stap naar het Nieuwe Testament voor de hand. Jezus is onze Koning. In zijn Rijksgebied is sjalom. Onder de heerschappij van deze Davidszoon vinden we vrede. Dat alle mensen en overheden zich mogen bekeren tot hem. Hij leidt ons tot de vrede en verzoent ons met de Vader. Als we bidden in zijn naam, vinden we de ware voorspoed. Dan eindigt het met het slot van Psalm 144: "Zalig het volk, welks God de Here is." Amen.