Preek gehouden op zondag 12 oktober 2008 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. De lezingen: Psalm 57; Markus 8:10-21. Tekst: Markus 8:14 "De leerlingen waren vergeten genoeg brood mee te nemen; Ze hadden maar één brood bij zich in de boot."
Kyriëgebed:
Here onze God,
Wij bidden aan het begin van deze dienst ons gebed om ontferming. Niet als zelfgenoegzame mensen komen wij. Steeds weer ervaren wij onze eigen leegte, ons tekortkomen, onze zondige aanleg. Wil ons dat vergeven. Ontferm u over ons.
Wij bidden u voor onze gemeenschap. U heeft ons gemaakt tot het lichaam van Christus. Maar kennen wij wel onze plaats daarin en voelen wij wel de pijn van de ander? Maak ons tot levende lidmaten. Ontferm u Heer.
Op deze zondag van het werelddiaconaat bidden wij om vrede voor armen, de massa van hulpelozen die geen leven hebben, geen uitkomst, geen toekomst, degenen die geknecht, onteerd of vergeten worden. Heer ontferm u.
Wij komen tot u met ons verdriet. Wij zijn vaak innerlijk verwond door een groot gemis, een onvervuld verlangen, door een onrecht ons aangedaan. Wij komen tot u met onze bangheid – bang als we zijn voor de toekomst, bang voor de afloop, bang voor het donker, bang voor morgen. Heer ontferm u.
Wij bidden u om uw aanwezigheid, hier en thuis en in de kinderdienst. Vandaag vieren wij de maaltijd van Christus onze Heer. Hij, onze gastheer, die één maakt wat was verdeeld, die verzoend wat was vervreemd, die heelt wat was gebroken. Heer, geef ons uw vrede, geef ons uw vreugde. Ontferm u over ons. Amen.
Gebed om verlichting met de Heilige Geest:
Here onze God,
Wat is ons leven vol – zo vol van ervaringen en belevenissen en gebeurtenissen. Wat gaan de dingen snel – zoveel verandering, zoveel ontwikkeling, zoveel nieuws en zoveel dingen die voorbijgaan. Wat komt er veel op ons toe – meningen, reclame en ongevraagd advies. Wat wordt er veel van ons verwacht: standpunten en beslissingen en visie. Soms lopen we onszelf voorbij. We herkennen onszelf niet meer. We vragen ons af waar we staan.
Heb dank, Heer, dat u tot ons spreekt door uw Woord en Geest. Dat is het kompas dat de richting aangeeft. Dat is het licht waarbij we onze weg zoeken. Wil ons ook vandaag weer helpen bij de dienst van het woord – voor ons een veilig baken zijn in een woelige wereld. Amen.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het was weer een bewogen week gezien de kredietcrisis en de onrust op de financiële markten. We beleven het bankroet van ‘the american way of life'. De westerse wereld krijgt de rekening gepresenteerd. Er is jaren lang gehandeld met geld dat er niet was. ‘Ongedekte windhandel' werd het genoemd in de afgelopen week door een van de topeconomen. Ondanks de depositogarantieregeling is de onrust groot en blijven de koersen dalen. Velen zien in deze dagen hun vermogen verdampen. Ik sluit niet uit, dat er ook vanmorgen onder ons gemeenteleden zijn, die hierdoor getroffen worden en die zich wat zorgen beginnen te maken.
Onze broodwinning, ons inkomen, onze oudedagsvoorziening, onze sociale zekerheid. Het zijn allemaal dingen die heel basaal zijn en die ons dicht op het lijf komen. Als daaraan gemorreld wordt, beginnen we ons onzeker of zelfs wat angstig te voelen. Het is de vraag van de discipelen. Die zijn het schip in gegaan en kijken elkaar aan: Hebben we eigenlijk wel genoeg brood bij ons voor onderweg?
In – wat wij dan noemen – de ontwikkelingslanden is dat een heel concreet probleem: Hebben we wel brood voor morgen? Kan ik mijn kinderen morgen nog wel te eten geven? Wij hebben decennia-lang gedacht dat ons dat niet overkomt. Het heeft er de schijn van dat de westerse wereld een beetje in moet binden. Wellicht delen opkomende economieën als China en India over een poosje wereldwijd de lakens uit en komt Europa aan de achterkant van de wereld te liggen.
Het gaat vanmorgen in deze avondmaalsdienst over brood. Brood in de handen van Jezus. Brood van de Farizeeën en van de Herodianen. Brood voor onderweg.
Het brood in de handen van Jezus is het brood van het avondmaal dat de diakenen onder ons rond laten gaan. Dat is het brood van het werelddiaconaat. De collecte die straks gehouden wordt. Het brood dat straks gegeten wordt in Kameroen of door de kinderen op de Filippijnen die wij steunen via wereldkinderen. Dat is het brood dat zich op een wonderlijke manier vermenigvuldigen laat.
Als u, als jij, wilt weten hoe het komt dat er van dit brood altijd genoeg is, dan is daar maar één antwoord: Het is gebroken brood. Brood dat gebroken wordt, wordt gedeeld. Niets is mooier dan de dingen delen met elkaar. Gedeelde smart wordt halve smart. Gedeelde vreugde wordt dubbele vreugd. Als je deelt, wordt alles beter, rijker, mooier en overvloediger.
Dat delen hebben wij geleerd van de Here Jezus. Hij heeft het leven met ons gedeeld. Zijn lichaam werd gebroken. Dat brengt verzoening. "Dit is mijn lichaam, dat voor u verbroken wordt."
Daar is ook brood van de Farizeeën en van Herodes. Dat brood wordt niet gedeeld. Het smaakt naar eigen gelijk en eigen belang. Het is doortrokken van egoïsme. Daarom waarschuwt Jezus zijn leerlingen voor het zuurdesem van de Farizeeën en de Herodianen. Heel het brood smaakt naar hun eigengereidheid en machtswellust. Omdat ze alles voor zichzelf houden en niet weten te delen gebeuren er nooit wonderen. Daarom staan ze te bakkeleien met Jezus dat hij maar eens een teken moet geven uit de hemel. Ze hebben blijkbaar niet gezien wat Jezus op aarde gedaan heeft – voor hun ogen. Hoe hij 4000, 5000 mensen te eten gaf van vijf broden en twee vissen. Jezus wordt er zo moe van!
Deze week was er het bericht dat er een Amerikaans bedrijf in aanmerking was gekomen voor miljardensteun. Ik weet de naam al niet eens meer. Doet er ook niet toe. Het leidinggevend kader was dat gaan vieren met een feestje dat een paar honderduizend dollar gekost had. Kijk, dat is het bittere brood dat doortrokken is van egoïsme en eigen belang. Daar kun je geen wonderen van verwachten. Wat je daarvan verwachten kunt is een kredietcrisis en narigheid in miljoenen huishoudens.
We besluiten met een heel fijnzinnige opmerking van Markus. Hij maakt haar in vers 14 en je zou er zomaar overheen lezen. De discipelen kijken elkaar aan… "Hebben we wel te eten voor onderweg? We hebben geen brood!" "Zijn we daar even mooi het schip ingegaan mijn z'n allen!!!" Je ziet Markus een beetje glimlachen als hij het opschrijft. Ja zeg… ze hadden maar één brood bij zich. We raden het al. Dat brood is Jezus. Maar dat is dan ook genoeg. Als dat brood gebroken wordt, gebeuren er wonderen. Dan komt alles goed. Dat is er overvloed.
Denk daar maar eens even aan als je je misschien zorgen maakt. Ik heb misschien maar één brood bij me. Maar dat is genoeg! Als je dat bedenkt dan wordt je daar rustig van. We lazen zojuist ook Psalm 57. Een psalm van geloofsvertrouwen. David verkeert in groot gevaar. Niettemin vindt zijn hart rust in God. Het is zo berijmd in het liedboek:
In U, Heer, heeft mijn hart zijn zekerheid
U wil ik loven, die mij hebt bevrijd
Ziel, maak u op, de Here groot te maken
Gij harp en lier, toon dat gij vrolijk zijt
Doe met uw Lied het morgenlicht ontwaken
Amen