preek 14 juli 2007

Meditatie uitgesproken in Zorgcentrum Randmeer te Harderwijk op 14 juli 2007.

Lezing: Psalm 81 uit de NGB-vertaling 1951

Tekst: Psalm 81:11c "Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen."

Gezongen werd uit de oude berijming: Ps. 73:1,14; Ps. 81:1,4,7; Ps. 81:12,13,15; Ps. 108:1,2

Broeders en zusters in onze Heer Jezus Christus,

In de afgelopen week was er een vergadering van de bezinningscommissie voor het christelijk onderwijs. 't Ging o.a. om het psalmversje dat de kinderen moeten leren op school. Of we vooral niet willen vergeten om dat in de kerk te laten zingen! Dan leggen de kinderen het verband tussen school en kerk. Wat je jong leert blijft je het langste bij. Zeg nou zelf – U zingt ook nog gewoon uit 't hoofd mee zonder een boekje of zangblad: Psalm 81.

Opent uwen mond,
eist van Mij vrijmoedig
op mijn trouwverbond.
Al wat u ontbreekt,
schenk Ik, zo gij 't smeekt,
mild en overvloedig.

Dat was ook, omdat het zo klein was – een van de eerste psalmen die ik leerde in klas 1 van toen nog de lagere school. Mij is later uitgelegd op catechisatie en in de kerkdienst hoe je dat lied hoort te zingen. Er werd dan vooral nadruk gelegd op het trouwverbond. Mooi woord! God heeft een verbond met ons – ook met mij, zo waar ik gedoopt ben! En dat verbond – daaruit blijkt Zijn trouw. Als God ‘ja' heeft gezegd, wordt het nooit ‘nee'. Wat God beloofd heeft zal Hij ook doen… Er werd nooit nagelaten om te zeggen dat je mag gaan staan op Gods beloften. Eist ! van mij vrijmoedig. Als je door 't geloof in Christus recht voor God bent komen staan, dan mag je Hem eraan houden. Eist van Mij vrijmoedig.

Maar ja… staat dat nou ook in de bijbel? En: Al wat u ontbreekt, schenk Ik zo gij 't smeekt… Nou ja – wat moet ik mij daarbij denken? En mag ik zomaar overal om vragen? Er is in de oude psalmberijming nogal wat dichterlijke vrijheid. In de bijbel staat: "Doe uw mond wijd open en ik zal hem vullen." Niets meer en niets minder.

Laten we eens iets beter kijken naar de psalm. Hij begint met een oproep om feest te vieren, de instrumenten te bespelen, de bazuin te blazen. Waarschijnlijk gaat het hier om het Herfst-feest, ook wel het Loofhuttenfeest genoemd. De nieuwe en de volle maan worden genoemd. Dan moest de bazuin geblazen worden. Daar zit veertien dagen tussen. Met een beetje goede wil zou dat op het feest kunnen slaan.

Het loofhuttenfeest herinnerde aan de woestijntijd, toen Israël nog in tenten woonde. Het feest werd gevierd in sept/okt tijdens de druivenoogst. Er was dan veel loof. Daarvan bouwde men een hut om er met het gezin in te wonen. Zo werden de ervaringen van vroeger weer present gesteld. Daarmee is volop 't thema van de psalm aangesneden. De vóórgeschiedenis van Israël passeert de revue. Jozef wordt genoemd. Jozef staat voor Israël in Egypte. De draagkorf herinnert aan de slavernij. Maar God redde zijn volk: In de benauwdheid hebt ge geroepen, maar Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder. Dat is de Sinaï-openbaring. Daar werd het verbond gesloten en de wet gegeven. Van die wet wordt het eerste gebod genoemd: "Gij zult geen (vreemde) andere goden voor Mijn aangezicht hebben." Dit is het epos van Israël. De ontstaansgeschiedenis van het volk van God.

Midden in dit verhaal staat dan dat vers: "Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen." Omdat het verhaal van uittocht en woestijnreis beschreven wordt, hebben sommigen gedacht aan het manna en de kwartels. Israël lijdt honger in de woestijn. 't Volk hoeft echter zijn mond maar open te doen of het krijgt brood en vlees.

Toch lijkt me die uitleg niet op zijn plaats. 't Is te letterlijk – niet dichterlijk genoeg. 't Staat tenslotte in een lied! We moeten – denk ik – kijken naar vers 6 en vers 12 om er een goede uitleg aan te geven. In vers 6 lezen we: "Ik hoorde een taal die ik niet kende." Hier is de dichter – misschien kun je beter zeggen de profeet – aan het woord. In vers 7 komt God vervolgens Zelf aan het woord. Hij heeft het volk van de last ontheven, de handen vrij gemaakt van de draagkorf. Hier is de stem van God die Zijn volk bevrijdt. Dat is andere taal dan die van de Farao! Maar we horen de stem van God ook in vers 12: "Mijn volk luisterde niet naar mijn stem en was onwillig tegen Mij." Deze God nu zegt tegen de dichter-profeet ('t had Mozes kunnen zijn…): "Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen." En we vullen maar aan… "met de woorden van Mijn verbond, mijn geboden en mijn beloften." Ik moet denken aan Psalm 119:103 waar staat: "Hoe aangenaam zijn uw redenen voor mijn verhemelte, meer dan honig voor mijn mond."

Als U mijn vraagt naar de betekenis van deze psalm, dan kom ik uit bij vers 9. Daar heeft de NBG-vertaling (1951) een witregel waarmee de psalm in twee delen wordt verdeeld. Er staat ook een sela. Dat is waarschijnlijk de aanduiding voor een lees-pauze geweest. De inzet van het vers doet ons ook terstond de oren spitsen: "Hoor, mijn volk…" Dat herinnert aan het Sjema – de geloofsbelijdenis van Israël uit Deutr. 6:4  "Hoor Israël: De Here is onze God; de Here is één." De Here zegt in vers 9 tegen zijn volk bij monde van de psalmdichter: "Ik wil jullie vermanen, luistert naar mij." En het is niet voor misverstand vatbaar wat dat betekent. Je kunt nu wel feestvieren, jubelen en juichen zoals in vers 2, maar achter dat feest en achter die liturgie kan heel wat schuil gaan! Onze eredienst wordt gemakkelijk een façade waarachter toch nog allerlei ongerechtigheid gebeurt. Waar het op aan komt is dat je God gehoorzaam bent.

De gehoorzaamheid aan God is echter vaak ver te zoeken. "Mijn volk liep van Mij heen…"  Dan moeten ze het ook zelf maar weten… Toch blijft het niet bij de vermaning alleen. Daar is tenslotte ook de uitnodiging van Gods kant. Als je Mij gehoorzaam bent, zal ik je zegenen met het vette van de tarwe en met honig uit de rots – geen water uit de rots als in de woestijn, nee – zelfs honing! Daaraan herkennen we de echter profetie. Er is niet alleen vermaning maar ook vertroosting.

"Eist van Mij vrijmoedig." Dat is eigenlijk wat overmoedig. Het is 't gevolg van een nogal zelfverzekerde verbondstheologie. We hebben niet zoveel te eisen tegenover God. Beter is het om gehoor te geven aan de vermaning en in te gaan op de uitnodiging. Wie gehoorzaam is aan Gods geboden, zal rijk gezegend worden. "Ik zal je zegenen" zegt de Here "met het vette van de tarwe". Een rijpe korrel in een volle aar. "En je zult eten honing uit de rots." Amen.