Preek zondag
14 september 2025 – Protestantse Gemeente Zeewolde. Lezing: Kolossenzen 2:6-15 en de tekst:
Kolossenzen 2:9,10 “Want in Hem (Christus) is heel de goddelijke volheid
lichamelijk aanwezig, en in uw eenheid met Hem, het hoofd van alle machten en
krachten, bent u van die volheid vervuld."
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Paulus is nooit in Kolosse geweest. Toch schrijft hij later een brief aan de
gemeente daar. Ik zal vertellen hoe dat gegaan is. Op zijn tweede zendingsreis,
ergens begin vijftiger jaren, komt Paulus in Efeze een belangrijke plaats in
het Zuidwesten van het huidige Turkije – de Romeinse provincie Asia. Daar
blijft hij een paar jaar. Drie jaar.
Hij woont daar in bij een echtpaar Aquila en Priscilla. Dat waren tentenmakers.
En dat was Paulus ook. Ze oefenden dus samen dat beroep uit en Paulus verdiende
zo kost en inwoning. Maar vóór alles was Paulus toch evangelist en daarom begon
hij een huisgemeente. Bij Aquila en Priscilla aan huis. Als dat een beetje
begint te lopen, wordt het huis te klein en wijkt hij uit naar een
stadsgehoorzaal. Daar had ene Tyrannus een filosofenschool. Maar aan het begin
van de middag als de filosofen siësta hielden kon Paulus daar terecht. Hij gaat
er een soort Alpha-cursus geven en hij trekt leerlingen uit de wijde omgeving.
Daar was bijvoorbeeld Timotheüs. Die kennen we wel. Hij kwam uit Lystra en werd
later voorganger in Efese. Er was ook een ijverige leerling genaamd Epafras.
Die kwam uit Kolosse, een stad wat verderop aan de handelsroute naar het
oosten. Deze Epafras werd door Paulus en de gemeente van Efeze uitgezonden naar
zijn geboortestad Kolosse om daar een gemeente te stichten. Kerkplanting.
Dat lukt Epafras ook! Er ontstaat een gemeente aan huis bij Filemon. Dat was
een rijke heer met een groot huis en hij bezat ook slaven. Onesimus! Die is nog
eens weggelopen. Paulus doet een goed woordje voor hem: Hij liep als slaaf weg,
maar ontvang hem terug als je broeder! Wat jaren later zit Paulus inmiddels
gevangen in Rome. Epafras gaat naar hem toe om hem te bemoedigen en om verslag
uit te brengen van het gemeentewerk. Nog een hele reis vanuit Kolosse.
Nu wordt het interessant. We zien het zo voor ons. Paulus vraagt: Hoe is dat nu
gegaan in Kolosse? Dan fronst Epafras de wenkbrouwen en zegt: Nou ja, ze
geloven nu wel in de Here Jezus, maar er zijn toch nog wel wat problemen. Vertel,
zegt Paulus. En dan Epafras: Er zijn er van Joodse komaf die wel in Christus
geloven – in zijn kruisdood en opstanding, maar ze denken dat ook de
besnijdenis en de spijswetten nog nodig zijn. En er zijn er van heidense komaf.
Die geloofden vroeger in riviergoden, die in de Meander en in de zijrivier de
Lykos (vlakbij Kolosse) zouden wonen. En nu denken ze, dat dit misschien
engelen waren van de Here God.
Oké, zegt Paulus. Duidelijk. We zullen een brief schrijven dat ze alleen aan de
Here Jezus genoeg hebben, verder niets en niemand. En dan schrijven ze een
brief met die mooie tekst uit Kolossenzen 2:9 en 10… Steun op Christus [alleen
op hem!]. Bij hem heeft Gods wezen zijn intrek genomen. In hem is dat ten volle
belichaamd. In hem bezitten jullie de volheid van leven. Hij staat boven alle
geestelijke krachten. Je hebt aan de Here Jezus genoeg. Méér is niet nodig.
Geen Joodse voorschriften en ook geen offers aan de riviergoden.
Nu was het onlangs 1700 jaar geleden dat het concilie van Nicea gehouden werd.
De slotverklaring was op 25 juli in het jaar 325. Die slotverklaring is
ons nu bekend als de geloofsbelijdenis van Nicea. Daarin lezen we: De Here
Jezus is God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God… één
van wezen met de Vader. Dat is een hele hoge christologie: Er wordt heel hoog
opgegeven van Jezus Christus. Op Jezus straalt de heerlijkheid van God af. Aan hem en door hem heen zien we
wie God is! Zo hoog te spreken van Jezus is niet een verzinsel van drie eeuwen
dogmatiek daar in Nicea! Het staat in de Bijbel zelf. Paulus zegt het aan de
gemeente van Kolosse: God nam zijn intrek in Jezus Christus. Hij heeft in hem
woning gemaakt.
En niet alleen Paulus zegt het. Een iets jongere tijdgenoot van Paulus,
Polycarpus genaamd, voorganger in Smyrna, zegt dat ook onomwonden in een brief
aan de gemeente van Filippi: God is mens geworden in Jezus Christus. Die brief
is niet in de Bijbel terecht gekomen, maar dat had eigenlijk best gekund. En om
nog wat dichter bij huis te blijven: De Here Jezus zegt zelf… “Wie mij gezien
heeft, heeft de Vader gezien.” Een term die ik zelf graag gebruik is deze:
Jezus is volledig transparant tot op God. Hij geeft doorzicht tot op God. Méér
heb je voor je Godskennis niet nodig. Wat dit voor ons betekent, daar kom ik
straks op, maar eerst wil ik stilstaan bij de actualiteit waarin we leven.
Een onzekere tijd! Het wordt er niet gemakkelijker op om je standpunt te
bepalen. Wat is waar; wat is niet waar? Wat moet ik nog geloven? De polarisatie
is groot. Iedereen geeft op de sociale media zijn of haar mening. Soms heel
radicaal. Het liegt er niet om. Kan ik nog vertrouwen op de nieuwsberichten? Waar
eindigt de journalistiek en waar begint de propaganda. Ik las een bericht op
nu.nl over Israël en Gaza. Er stond bij: Er kan niet gereageerd worden. Het lukt ons niet meer om de berichten te
modereren. En dan is er ook nog zoiets als deep-fake. Met AI kunnen we beeld-,
audio- of videomateriaal maken dat niet meer van echt te onderscheiden is.
En dan de verharding… en het ‘eigen volk eerst’. Protectionisme is er altijd al
geweest. Als men zich bedreigt voelt, probeert men te behouden wat men heeft. Het
is van alle tijden. Eigen volk eerst. America first. Maar gaat het nu niet te
ver? En dan de middelen die gebruikt worden om gelijk te krijgen en je zin door
te drukken. Die worden ook als maar harder. Vroeger werd er zo nu en dan en zo
hier en daar eens actie gevoerd. Tegenwoordig is het land vol activisten. Die
doen niet anders. De drammerigheid waarmee mensen voor hun mening staan is soms
ronduit weerzinwekkend. Het roept weerzin op: Als jullie jezelf vastplakken op
de A12 dan kom ik te laat op mijn sollicitatiegesprek en dan word ik boos en
dan kan dat klimaat van jullie mij geen bal meer schelen.
Wat zullen we zeggen? Wat zullen we doen? Waar zullen we staan? Dinsdag is het
Prinsjesdag. Hoe moet dat met de politiek? Ik spreek mensen die zetten in bij
de gezindheid waarmee we de dingen doen. Ik spreek er ook die zetten in bij hun
verantwoordelijkheid. Ik leg het uit: Als je alle asielzoekers opneemt, dan ben
je moreel hoogstaand zegt iemand. Dat is een goede gezindheid! Barmhartig,
humaan! Nee, zegt een ander: Je moet kijken naar de consequenties van je
handelen. Als er straks geen woningen meer zijn, dan heb je het verkeerd gedaan
– dan had je naar andere oplossingen moeten zoeken. Met woningnood is niemand
gebaat, ook de asielzoeker niet.
Als je zegt, dat de wolf in Nederland thuishoort, dan geef je blijk van een
natuurvriendelijke mind-set. Maar de consequentie is wel dat onlangs een zesjarig
jongetje bijna doodgebeten werd en dat onze schapen niet meer veilig zijn. Wat
laat je tellen? De gezindheid of de verantwoordelijkheid. Dat is in de ethiek
een heel belangrijk onderscheid bij het nadenken over goed of kwaad. Waar laten
we ons door leiden? De gezindheid of de verantwoordelijkheid.
En dan hebben we het nog steeds niet over Israël gehad. In de kerkorde staat
dat we ons onopgeefbaar verbonden weten met het volk Israël. Daarbij mogen we
ons wel afvragen wat er precies bedoeld wordt: Israël als natie gesticht in
1948 of Israël als theologische aanduiding voor het Jodendom. Ik zou zo zeggen,
dat we als christenen onopgeefbaar verbonden zijn met het Jodendom en het Oude
Testament. We zijn eruit voortgekomen. We zijn echter niet medeverantwoordelijk
voor het beleid van de regering Netanyahu. Waarmee ik niets af wil doen aan de
verschrikkelijke pogrom van 7 okt 2023 en de tientallen jaren haatprediking van
de Ayatola’s. De term Christendom-Jodendom is waarschijnlijk beter dan
kerk-Israël. De eerste zondag in oktober is de Israël-zondag. Maar ‘Israël’
roept vandaag de dag verkeerde associaties op. De term ‘kerk-Israël’ werd
aangemunt eind jaren veertig in de vorige eeuw. Toen dacht een kerkmens bij
‘Israël’ nog aan het oude Godsvolk, de Joden. Nu niet meer! Men denkt vandaag
direct aan de natie ‘Israël’. De Rooms-Katholieken doen het beter. Die hebben
geen dialoog kerk-Israël maar jaarlijks een dag van de bezinning op de
verhouding Christendom-Jodendom.
Ik probeer de kring rond te maken. Bij alle onzekerheid van de laatste jaren
zegt Paulus: Je hebt aan Jezus genoeg. Als je naar hem kijkt heb je God gezien.
Ik moet zeggen, dat ik mij daaraan vasthoud de laatste tijd, want ik vind het
ook moeilijk om genuanceerd te blijven en niet te radicaliseren in mijn
meningen en uitspraken. Je weet wel… bij verjaarsvisites na een paar glaasjes
in een hoop oplopende discussie. Dan leer je de mensen het beste kennen. Vroeger
deelde ik bij een jeugddienst wel eens armbandjes uit met daarop de W, nog een
W, een J en een D: What Would Jesus Do? (Wat zou Jezus gedaan hebben?) Daar
houd ik het maar op. Kijk naar Jezus. Dan weet je wel wat je doen en zeggen
moet. Dan worden de dingen transparant tot op God.
Als ik naar Jezus kijk, dan zie ik dat hij in gebed gaan. Op de berg, in Getsemané,
na een drukke dag. Als wij het niet meer weten, wat te doen, wat te zeggen…
gaan we dan ook in gebed? Alléén en samen? Misschien zegt God wel… Maar dit is
voor jou te moeilijk. Laat dat maar bij mij liggen.
Als ik naar Jezus kijk, dan zie ik dat hij niet goedkoop praat over vrede. Zo van:
ontspanning, de-escalatie, verbinden, lief doen tegen elkaar. Net als alle oudtestamentische
profeten weet Jezus dat vrede alleen gebouwd wordt op gerechtigheid. Laten we
maar ophouden om over vrede te roepen. Gerechtigheid is veel belangrijker. Dan
komt de vrede vanzelf.
Als ik naar
Jezus kijk, dan zie ik dat hij vergevingsgezind is als mensen écht berouw
hebben; dan zie ik dat hij burgerlijk gehoorzaam is. Hij geeft de keizer wat
van de keizer is. Wij zijn misschien niet gelukkig met onze regering. Maar het
is nog lang niet zo dat de overheid demonisch is…
Als ik naar Jezus kijk, dan zie ik dat hij nooit wraak neemt. Laat dat maar aan
mij over, zegt de Here God, Ik zal het vergelden.
Als ik naar Jezus kijk, dan zie ik dat hij ook wel eens door het rode lint
gaat… op het tempelplein als hij de zweep erdoor haalt. Zo’n actie van Jezus
wordt maar precies één keer vermeld. ’t Laat zien dat je niets absoluut kunt
stellen. Er is altijd een uitzondering – ook in het leven van Jezus. Je hebt
nooit helemaal gelijk. Mensen die het woord ‘absoluut’ of ‘volstrekt’ zo
makkelijk gebruiken hebben op voorhand ook ongelijk. Er is er maar Éen absoluut
en dat is de Here God Zelf.
Ik voor mij houd het op Jezus. Terecht zegt Nicea: God uit God, Licht uit
Licht, Waarachtig God uit waarachtig God. En Paulus zegt: Als je Jezus gezien
hebt, dan heb je de Vader gezien. Hang maar een poster van Jezus boven je bed.
Hij is ons grote voorbeeld. Wij willen zijn zoals hij. Dan komt het wel goed.
Ook in een moeilijke tijd en bij moeilijke beslissingen. Amen.