preek 16 december 2007

Preek gehouden in de Stadsdennenkerk te Harderwijk op 16 december 2007. De lezing was overeenkomstig het Kerstproject "Jezus, Zoon van David" (uitgave "Vertel 't maar") II Koningen 12:1-17. Daarbij is ook gelezen Lukas 1:30-33. Na de verkondiging werd gezongen Psalm 89:13,18 en het projectlied.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Heeft u / hebben jullie het ook gezien op het journaal? Prinses Amalia ging voor het eerst naar school. Vader en moeder trots met hun kleuter bij de deur. De directeur en de juf van groep 1 – comité van ontvangst. Klein jasje aan de kapstok; tasje in het rek. Eigen plekje in de klas, gewoon tussen de andere kinderen in. Afscheid van pappa en mamma. De schooltijd neemt een aanvang. De verslaggever merkt spitsvondig op, dat Amalia later prinses wil worden. Een telg uit het huis van Oranje. Een huis met een eerbiedwaardige traditie, teruggaand tot op de vader des vaderlands, Willem van Oranje.

Amalia is van goede komaf. Een koningshuis om trots op te zijn. En dat wil je ook graag zo houden. Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra schreven onlangs een boek over de koningen Willem I, II en III "Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren." Ze schrijven daarin over de bisexualiteit van Willem II en de onbehouwen levensstijl van Willem III. Koningin Beatrix heeft via de rijksvoorlichtingsdienst laten weten dat ze daar niet blij mee was. In Engeland zouden ze zeggen: She was not amused. Je wilt natuurlijk eer inleggen met je voorvaderen. Je wilt ze hoog houden. Waar of niet – zo beleven we dat allemaal.

Hoe is dat met koning Jezus? Uit welk huis is hij afkomstig? Wat valt er van zijn voorvaderen te zeggen? Wat heeft hij van huis uit meegekregen? Het adventsproject helpt ons op weg: Jezus is afkomstig uit het huis van David. Hij lijkt een beetje op David. Hij heeft wat van hem weg. David was de man naar Gods hart. En Jezus ‘de geliefde in wie God een welbehagen heeft'. En Jezus heeft ook wat weg van Salomo. Hier op de projectverbeelding staat Salomo afgebeeld met een boekrol. Salomo was wijs en Jezus is de wijsheid van God in eigen persoon.

En nu heeft Jezus ook iets weg van Joas, koning van Jeruzalem en Judea. Maar wat? Hij heeft hier op de afbeelding geen attribuut. David heeft een harp om God te loven. Salomo heeft een boekrol vol spreukenwijsheid. Joas heeft geen attribuut. Toch denk ik wel te weten wat de projectmakers hier bedoelen. Joas steekt de handen uit de mouwen. Er staat bij geschreven: Joas, de koning met inzet voor God.

Maar waaruit blijkt dat? Wel – de tempel van Salomo was ongeveer honderd jaar oud en aan restauratie toe. Joas vraagt de priesters om van het geld dat binnenkomt de tempel te herstellen. Maar er gebeurt niets. Er schiet geen geld over of de priesters houden alles voor zichzelf. Laten we dat in het midden laten. Maar als er na jaren nog niets is gebeurd, ontheft Joas de priesters van die taak. Hij zet  – klaarblijkelijk in overleg met de hogepriester Jojada – een offerkist voor de tempel. Van het geld dat zo binnenkomt worden rechtstreeks de aannemers betaald. Nu wordt de herbouw wel een feit. Maar dat heeft wel veel moeite en inzet gekost. Het projectlied zingt: Door Joas wordt de tempel; van God in eer hersteld; Dat wordt in de kronieken; van Davids Zoon vermeld.

Nu kun je zeggen. Jezus lijkt op Joas… Hij heeft zich ook ingezet. Hij is de herder die zijn leven ingezet heeft voor de schapen. Niemand heeft ooit groter liefde dan dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Is er ooit groter inzet betoond dan door Jezus, die zijn leven gaf ook voor ons?!

Maar dat is – eerlijk gezegd – wat te kort door de bocht. Want laten we nog eens kijken naar Joas en daarbij ook letten op het parallelle uit II Kronieken 24. Het is eigenlijk helemaal niet zo best met Joas. Toen Athalia, de dochter van Achab en Izaebel zag dat haar zoon dood was, moordde ze het hele koningshuis van Israël uit en werd zelf koningin. Alle prinsen (troonpretendenten) werden om het leven gebracht behalve een klein jongetje van ongeveer een jaar oud: Joas. Hij werd gered door Joseba, de vrouw van de hogepriester Jojada en in de tempel verborgen gehouden. Joas werd door die twee opgevoed en op zevenjarige leeftijd door Jojada voorgesteld als koning, waarbij Athalia het leven liet.

Zolang Jojada naast hem staat zet Joas zich in voor de Here. Hij restaureert de tempel en verbiedt de Baäldienst die Izebel en Athalia uit de noordelijke streken hadden meegebracht. Maar als Jojada op hoge leeftijd sterft, is Joas zijn aansturing kwijt. Hij heeft niet geleerd om zelf iemand te zijn. Jojada heeft zich al te zeer over hem ontfermd! Hij heeft zelfs twee vrouwen voor hem uitgezocht… Joas heeft geen eigen gezicht. Laat dit een les zijn voor de opvoeders in de kerk. Opvoeden is jezelf overbodig maken. Nu komen er leiders uit Judea met het verzoek de Baäldienst toe te staan. Joas vindt het goed. En als de zoon van Jojada – een zekere Zacharia – protest aantekent, wordt hij met medeweten van Joas om het leven gebracht. Helaas is Joas van Jeruzalem een man zonder ruggegraat en gaat als een zwakkeling de geschiedenis in. Goed… Joas heeft zich ingezet voor de herbouw van de tempel, maar daar blijft het bij. Er valt al vlug een zware schaduw over dat mooie verhaal.

Maar wat moeten we er dan mee, met dat verhaal? Hadden de makers van het project Joas niet beter weg kunnen laten? Nou, ik denk het niet… het brengt ons veeleer bij het hart van de zaak. Kijk – en nu kom ik aan de kern van de boodschap – , Jezus is niet het verlengstuk van onze inzet en onze grote daden. Jezus is niet – om het zo eens uit te drukken – de kroon op ons werk. Nee, Jezus gaat verder waar wij mislukt zijn. Jezus laat zien dat God ons oppakt waar wij gevallen zijn! Het is met dat huis van David ook niet alles. David mocht dan psalmen zingen bij de harp, maar hij was ook de moordenaar van Uria. Salomo mocht dan wijs zijn en spreuken schrijven, maar al die haremvrouwen verleidden hem tenslotte toch tot zonde. Joas heeft zich ingezet voor de tempel, maar uiteindelijk blijkt hij een slappeling te zijn. Weet u –  en dat is het mooie: God wil ondanks al die mislukking toch gebruik maken van dat koningshuis om een koning te geven die daarboven verheven is – de Koning der koningen; een Naam boven alle naam; Gods wijsheid in eigen persoon; Jezus wiens naam Redder is; een koning voor eeuwig; een rijk zonder einde. Lukas 1. De boodschap aan Maria.

Zo komt het theologisch in het juiste perspectief te staan. Zo wordt het ook heel bemoedigend en pastoraal. Is ook niet onze geschiedenis en ons persoonlijk leven vol van mislukking, teleurstelling en zaken die ronduit afkeurenswaardig zijn! En toch wil God verder gaan waar wij mislukken. God zegt niet: Dat huis van David lijkt nergens naar – weg ermee! Nee, hij laat de Heiland geboren worden uit dat Davidshuis. Hij laat de Messias geboren worden als een zoon van David en een zoon van Salomo en ook als een zoon van die zwakkeling Joas. God gaat niet aan onze geschiedenis voorbij; Hij gaat door onze geschiedenis heen. En dat is juist zo mooi. God neemt ons blijkbaar oneindig serieus. Dit is eigenlijk Kerst: Gods zoekt ons op waar wij verloren dreigen te gaan.

Ik zei het al. Dit is écht bemoedigend en pastoraal. Er zijn misschien dingen in de kerk of in ons persoonlijk leven waar we op stuklopen of op stukgelopen zijn, dingen die een mislukking zijn of waarin we zelf mislukt zijn: die kerk van vroeger die zo bekrompen was, onze opvoeding die te wensen overliet, die fase in ons leven waar we maar liever niet over praten of aan terugdenken. God zegt niet "Weg ermee." God zegt niet "Bekijk jij het maar." Hij laat ons niet in de kou staan, waar we mislukt zijn. Hij zoekt ons op in onze ellende. Hij stuurt een Helper die sterker is dan de mensen – Jezus die zegt: Vertrouw op mij. Dan zullen we samen verder gaan en je zult je verwonderen. Dat is Kerst!

Joas, koning van Jeruzalem, een man met inzet voor God, een man met fouten en gebreken zoals wij… maar toch wordt hij opgenomen in het verhaal van God met zijn volk. Hij wordt een voorvader van de Here Jezus: Jezus, zoon van David, zoon van Salomo, zoon van Joas. Amen.