Preek gehouden op zondag 16 maart 2008 (Palmarum) in de Plantagekerk te Harderwijk. Dienst met avondmaalsviering. Lezing: Mattheus 21:1-11 en Romeinen 6:1-5. De preek ging over de ‘dubbele beweging' in het Hosanna – dit in verbinding gebracht met Rom 6:5.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Als er op zee een schip in nood is, dan wordt er als er schipbreuk dreigt een SOS uitgezonden met de coördinaten van de rampplek. Save our Souls. Red onze zielen. Kom en help ons. Haast u anders kan het te laat zijn! Zo'n SOS wordt vele malen herhaald in de hoop dat schepen in de buurt het signaal op zullen vangen. Het wordt zo lang mogelijk herhaald, terwijl de sloepen al gestreken worden. Een SOS is altijd een teken van uiterste nood.
Het klinkt ons misschien wat raar in de oren, maar 't woord Hosanna is eigenlijk ook zo'n SOS, want het betekent letterlijk "Red (ons) toch! Als koning Achaz bedreigd wordt door de koning van Aram (Syro-efraïmitische oorlog), stuurt hij een bode naar Tiglat Pileser uit Assyrië en dan zegt hij ‘Hosanna' … Red (mij) toch! (II Kon 16:7). Ook de Here God wordt aangeroepen met datzelfde woord Hosanna. In Psalm 118(:25) zegt de dichter: Here geef toch heil. Red mij toch. Geef toch voorspoed! Dat is een regelrechte roep om hulp. SOS. Here Red mij toch.
Als de Israëlieten bij elkaar waren op het loofhuttenfeest, dan liepen ze met zijn allen rond het brandofferaltaar. Ze riepen dan het Hosanna uit Psalm 118. En ze zwaaiden daarbij met loof en palmtakken. Die takken werden op dan duur ook zelf Hosanna's genoemd. Langzaamaan begon die Hosanna-roep iets anders te klinken. Het kreeg iets triomfantelijks van toon. Het kan raar lopen met de betekenis van onze woorden. Op den duur ging de betekenis van SOS-signaal bijna volledig verloren. Hosanna werd een soort jubelroep – vivat! Leve de koning. Prijs de Here, die onze Redder is.
Vreemd dat een SOS en een jubelroep zo dicht bij elkaar kunnen liggen. Hosanna – ach Here help mij toch. Hosanna – gezegend zijt gij, Here, want u bent mijn redder. Als de nood op het hoogst is, is de Redder nabij. Misschien dichtte J.P. Heye daarom wel (Liedboek Gez 464): …in des afgronds bange kreet, ruist de lof de lof des Heren, die de zijnen niet vergeet.
Het is een knap stukje liturgie, dat dit Hosanna terugkeert bij het avondmaal in 't Sanctus en het Benedictus. Heilig is de Here onze God. Hij geeft ons redding. Hosanna, gezegend hij die komt in de naam des Heren. Wij gedenken het lijden van de Messias bij brood en wijn. Maar het is geen uitzichtloos lijden. Dwars daar doorheen klinkt de jubelroep van de overwinning. Hosanna!
Tegen deze achtergrond worden de gebeurtenissen uit Matth. 21 ons duidelijk. Jezus is altijd buitengewoon terughoudend geweest met aandacht vragen voor zijn eigen persoon. Maar nu laat hij het volk zijn gang gaan en houdt intocht. Palmarum! Hij is op weg naar het kruis. Heel zijn leven zal uitlopen op die ene roep om hulp: Red ons toch Here God, mij en uw volk waarvoor ik insta!" Here God, Ach Here… Hosanna. Maar daar dwars doorheen klinkt de jubelroep, omdat God een Helper is die de zijnen niet vergeet… Hosanna. Daarom laat Jezus de mensen hun gang gaan. Dit keer mag het. Hij stijgt op een rijdier. Hij gaat voort over een rode loper van kledingstukken. Er wordt met palmen gezwaaid. Donkere wolken pakken zich samen. Jezus zal vertwijfeld uitroepen: Red mij toch, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten. Maar door die duisternis heen breekt een lichtstraal. Hosanna! Geprezen zij de Heren. Daarom mag het volk zijn gang gaan. Nu – voor één keer.
De dubbele beweging van het Hosanna als noodkreet en als jubelroep mag richtinggevend zijn aan onze beloofsbeleving en de wijze waarop wij het avondmaal vieren. Paulus zegt in Romeinen 6(:5) "Wij delen in de dood van Jezus, maar wij delen ook in zijn opstanding." In de Statenvertaling is dit letterlijk vertaald: "Wij zijn één plant met Jezus in zijn dood en zijn overwinning." De vorige vertaling (NBG 1951) heeft: "We zijn samengegroeid met Jezus in zijn dood en in zijn overwinning." Dat is een prachtig vers om avondmaal mee te vieren. Heer Jezus, in mijn moeite en pijn zoek ik uw gemeenschap. Help mij toch. Hosanna! Heer Jezus, zowaar mijn leven met dat van u vergroeid is, zal ik met u overwinnen. Hosanna!
Als we straks de kerk weer uit zijn, mag dit dubbele Hosanna richtinggevend zijn voor ons bestaan: SOS en jubelroep. Het is straks de stille week. Wij worden bepaald bij het lijden van onze Heer. Maar die stille week is ook een goede week. De ernst van de gebeurtenissen wordt overstraald door het licht van Pasen. Halleluja, Hosanna!
Het dubbele Hosanna mag bepalend zijn voor de manier waarop wij de dingen beleven in dit vaak moeitevol en angstig bestaan. Heer, Ik ben zo ziek en de dokters hebben gezegd dat ik weinig kans meer heb. Ik ben zo angstig en ik zie geen uitkomst meer want alles is zo donker om me heen. Ik ben zo ongelukkig, want het lijkt wel alsof niemand blij is met mijn bestaan. Ik ben zo arm, maar hoe ik ook mijn best doe, er komen maar geen betere dagen. Ach Here, red mij toch. Hosanna! Maar, ik weet ook, Here, dat u mij nooit loslaat en dat ik voor altijd in uw liefdevolle hand geborgen ben: Zoals de Christus is verrezen; door 's Vaders heerlijke- overmacht; zo zijn ook wij aan 't licht gebracht; om nieuw te leven, zonder vrezen; nu en na dezen (Gez. 87:5) Hosanna. Hosanna!! Amen.