Preek gehouden in de Stadsdennenkerk te Harderwijk op 18 januari 2009 over Jona 3 en 4 met daarbij als nieuwtestamentische lezing Mattheus 5:13 "Jullie zijn het zout van de aarde, maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt."
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het boekje Jona behoort tot de twaalf kleine profeten. Daarmee bedoelen we de omvang van het boekje. Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël zijn de grote profeten. Jona heeft maar vier hoofdstukjes en is dus klein. Maar in zeker opzicht is het wel bijzonder. Het is namelijk niet van een profeet maar over een profeet. Wie het boekje over Jona geschreven heeft weten we niet. Jona betekent ‘duif', maar bij we denken bij hem niet allereerst aan de vogels maar aan de vissen. Het verhaal is bekend genoeg. Hij moet de Ninevieten tot bekering oproepen. Hij wil niet en vlucht op een schip. In een storm wordt hij door de zeelieden overboord gezet omdat hij de schuld krijgt van het noodweer. Maar een vis slokt hem op en spuugt hem uit op het droge. Hij moet naar Ninevé. Profeet tegen wil en dank.
We hebben zojuist de tweede helft van het boekje gelezen en dat heeft ons beslist wat te zeggen. Jona heeft die zondige Ninevieten er flink van langs gegeven. Als ze zich niet bekeren tot God zal de stad weggevaagd worden. Ziezo denk hij. Nu moeten ze het maar bekijken. Ik trek mijn handen ervan af. Tot onze stomme verwondering gedraagt hij zich als een soort ramptoerist. Op veilige afstand gaat hij zitten kijken wat er gebeuren zal. Dat wil hij wel eens zien – hoe de boel daar wordt weggevaagd, zoals destijds Sodom en Gomorra. Hij gedraagt zich niet als Abraham die er op een bijna ongepaste manier op aan blijft dringen: Heer doe het niet! Jona is nieuwsgierig en heeft een beetje leedvermaak. Dat hebben wij soms ook wel eens over ons: eigen schuld dikke bult. De Duitsers zeggen: die Schönste Freude ist Schadenfreude!
We staan er een beetje verwonderd van. De Here God ook. Hij wil zijn knecht Jona op andere gedachten brengen. Jona krijgt een wonderboom om lekker in de schaduw te zitten. Zo leert hij wat het is om iets voor niets te krijgen, iets moois. Zo leert hij wat genade is. Maar Jona blijft nukkig en rancuneus en de boom verdort. In Ninevé gebeurt het tegenovergestelde. De koning en zijn volk doen boete en vasten veertig dagen lang. Zelfs de dieren moeten meedoen. En God komt op zijn voornemen terug. De stad blijft gespaard. Het is heel bijzonder zoals er hier over God gesproken wordt. Niet een God die alles van tevoren weet, een blind straffend noodlot. Maar een God die heel persoonlijk betrokken is. De levende God – niet veranderlijk (als het weer) maar wel zo, dat Hij op een voornemen terug kan komen.
De boodschap van het boekje Jona is klip en klaar het volgende en je kunt het in twee zinnen zeggen. God heeft een ruim hart; het gaat om de universaliteit van zijn heil. De gelovige is echter vaak bekrompen en rancuneus en gunt het de buitenstaander niet.
Ik geef een oud- en nieuwtestamentisch voorbeeld van hoe het wel moet. Het voorbeeld uit het Oude Testament is van Jeremia (29:7). "Zoekt de vrede voor de stad waarheen ik u als ballingen heb doen wegvoeren en bidt voor haar, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn." De Israëlieten in Babel hadden gemakkelijk kunnen zeggen: Weg met die goddeloze stad, hun feesten en orgieën. We trekken onze handen van haar af. Laten ze maar zien wat er van komt: het oordeel van de Here. Je kunt erop wachten. Maar Jeremia beveelt de Israëlieten in Gods naam dat ze juist voor die stad moeten bidden en vrede zoeken. Daarin ligt hun eigen vrede! Daar hoef je nog niet eens gelovig voor te zijn. Het is ook nog eens een zaak van praktische berekening: Als het met de stad goed gaat, gaat het ook goed met jou en met je kinderen.
Een nieuwtestamentisch voorbeeld heb ik gevonden in de bergrede. Daar zegt Jezus dat we het zout van de aarde moeten zijn. Hij bedoelt daarmee ongetwijfeld niet alleen onze boodschap. Die moet niet smakeloos of flauw zijn, maar pittig in meer dan in een opzicht. Hij bedoelt ook dat wij onze samenleving moeten bewaren. Zout is een conserveringsmiddel. We moeten ervoor zorgen dat onze samenleving, onze stad niet verloren gaat, maar behouden blijft en voor bederf behoed wordt. Dit is nu precies wat Jona niet in zich had. En wij zijn er soms ook niet vrij van: "Ze maken er een rommeltje van. Ze verdienen het niet. Laat ze dan ook maar naar de bliksem gaan."
Jona betekent ‘duif' maar een echte vredesduif was hij niet. Een onheilsprofeet, geen vredesapostel. En wij zijn vaak niet beter. Ik geef een bloemlezing van wat ik zo hier en daar oppik. "Vroeger deed ik wel graag boodschappen in Rotterdam, maar daar lopen alleen nog maar buitenlanders door de koopgoot. En die Aboutaleb verzuimt het om haatdragende immams van conferenties te weren. Ik wil daar gewoon niet meer wonen en komen." "En ik weet niet of ik nog wel trots kan zijn op dit land. Ze zetten de grenzen open voor Oost-Europeanen, terwijl we straks zelf naar werk lopen te zoeken. Ze zoeken het maar uit. Ik ga de volgende keer helemaal niet meer stemmen." "En ik ben het helemaal eens met wat er in Elsevier staat. Hamas verdient geen medelijden. Ze willen maar een ding en dat is vechten. Je kunt er inderdaad maar het beste een hoge muur omheen zetten."
Het is niet zo, dat ik dat allemaal in de gemeente opgepikt heb, maar wij kunnen er soms ook wat van! We vertonen soms ook wat van dat Jona-gedrag. We hebben onze boodschap wel en dragen die ook uit, maar vervolgens gaan ze zitten kijken, trekken onze handen ervan af en zeggen "Tabee, ik doe niet meer mee." Jeremia zegt: "Doe niet zo onverstandig. Bidt voor de stad en voor het land waarin je woont. Als het daar vrede is, heb jij en hebben je kinderen ook vrede." En Jezus zegt tegen ons: "Als je nou echt zout bent, dan smaak je niet alleen goed, maar doe je ook conserverend werk." En God zegt tegen Jona: "Heb je er wel mee gerekend, dat ze zich zouden kunnen bekeren? En denk eens aan al die mensen. Honderdtwintigduizend. En aan al die dieren in Ninevé."
Vandaag vieren we het Heilige Avondmaal. Wij vieren de vergeving en het nieuwe leven. Dat geeft Christus ons door wat hij gedaan heeft en doet. Hij geeft ons spijs en drank. Hij is onze spijs en drank. Het is goed om te bedenken dat Gods hart groter is dan het onze. Hij heeft alle mensen en volken op het oog. En als zij zich bekeren van hun onrechtvaardige wandel en handel, dan verheugt Hij Zich. Daarom zoeken ook wij de vrede voor de stad en zijn wij een zoutend zout. Wij staan niet kniezerig terzijde bij thuiskomst van de verloren zoon – zoals zijn oudere broer en worden geen ramptoeristen als Jona. We zijn blij met elke stad die behouden blijft en met elk mens dat thuiskomt. Amen.