Preek gehouden in de Plantagekerk te Harderwijk op zondag 18 mei 2008. Het was op deze 1e zondag na Pinksteren de zondag voor de lijdende kerk. De lezing was Handelingen 9:19-25. Als tekst werd gelezen vers 25b: "…en lieten hem daar in een mand naar beneden zakken." Er is gebruikt gemaakt van het materiaal van Open Doors, Ermelo, voor deze zondag en van het boek van Ronald Boyd MacMillan, Volharden in geloof. Een onthullende gids over de wereldwijde vervolging van de kerk, Den Haag 2008.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
We hebben een fragment gelezen uit het Paulusverhaal. Handelingen 9. Een uitsnede uit zijn levensgeschiedenis. Een diep insnijdende ervaring moet het voor hem geweest zijn. Zijn bekering op de weg naar Damascus.
Om er een beetje in te komen heb ik naar de Paulusfilm gekeken van Roger Young met Johannes Brandrup in de hoofdrol (Paulus). Zo'n verhaal is natuurlijk geromantiseerd, maar het is dan altijd leuk om te zien in hoeverre dat verantwoord is of niet. Als Ananias die Paulus de handen heeft opgelegd hem in de kring van discipelen brengt, zegt hij bij de deur: "Doe dat zwaard nu maar af… dat heb je hier niet nodig!" Als de leerlingen dan van de schrik bekomen zijn, dat daar plotseling hun aartsvijand staat, steekt Paulus de brief van de Hogepriester in brand aan de vlam van een kaars en zegt "Gods Woord zal voortaan mijn zwaard zijn – de kracht van de Geest."
Wij vragen onszelf wellicht af waarom vandaag deze uitsnede uit het Paulus-verhaal. Dat heeft te maken met de zondag voor de lijdende kerk, vandaag de eerste zondag na Pinksteren. Het bijbelgedeelte wordt ons vanmorgen aangereikt door Open Doors, de organisatie die in de bres springt voor vervolgde christenen. En daarbij wordt dan vooral gewezen op die mand waarin Paulus 's nachts met een touw over de stadsmuur werd gezet. Er werd inmiddels jacht op hem gemaakt door de Joden, die niet velen konden dat hij zich bekeerd had tot Christus. Die vlucht in een mand is nogal vernederend geweest voor Paulus. Hij was Damascus binnengekomen als een aanzienlijk man, een Joodse geleerde. Hij had machtige vrienden een sociaal netwerk in de hoogste kringen. Hij kende de hogepriester persoonlijk. Hij was een man voor wie iedereen ontzag had, voor wie men bang was. Hij was binnengekomen door de stadspoort, misschien wel hoog te paard zoals de Romeinen. Nu verlaat hij de stad, stiekem bij nacht om niet gezien te worden als een verschoppeling in een mand.
Wat is er met Paulus gebeurd? Hij was opgevoed als een rechtzinnige orthodoxe Jood. Maar hij had er duidelijk iets tevéél van, want hij was erg radicaal. Hij beijverde zich zeer voor de zuiverheid van zijn religie. Hij was om 't zo eens uit te drukken ‘roomser dan de Paus'. Zijn leraar Gamaliël had gezegd "Laat die Christenen toch met rust. Als 't niet uit God is, sterft 't met de tijd wel uit (Hand. 5:34; 22:3). Zo niet Paulus! Hij werd een schoolvoorbeeld van godsdienstig fanatisme. Hij stemde in met de steniging van Stephanus (Hand. 7:58), de eerste martelaar. In een uiterste poging om zijn religie van elke smet te zuiveren, gaat hij naar Damascus om de christenen daar te vervolgen. En op de weg naar Damascus komt hij dan de Heer tegen. Tegenwoordig zouden ze zeggen: Hij komt zichzelf tegen… Paulus is plotseling helemaal aan het eind met zichzelf. Hij weet er geen weg meer mee… met al die gevoelens van haat en fanatisme. Dan staat Jezus daar op de weg en zet hem stil! Paulus (toen nog Saulus) waar ben je nou helemaal mee bezig?!
Het is opvallend dat Paulus verblind was. Hij was het letterlijk en figuurlijk. Dat zijn fanatici altijd: verblind. Als Ananias bij hem geweest is en hem de handen opgelegd heeft, vallen hem als schellen (schubben) van de ogen. Hij verliest zijn blinde haat. Hij verliest zijn fanatisme. Hij leert zien waar het op aan komt: De weg van Jezus.
Het is boeiend wat daar met die man gebeurt. Hij wist in feite alles al. Hij was schriftgeleerde en we mogen aannemen dat hij zich behoorlijk verdiept had in de ketterij die hij bestreed, het Christendom. Hij wist alles al. Het komt nu alleen in het juiste perspectief te staan. Paulus leert dat niet het fanatisme maar de liefde de weg van Jezus is, de enige vruchtbare en begaanbare weg. Bij de voorbereiding viel mij op dat in de NBG-bijbel uit 1951 boven Hand. 9 staat de bekering van Saulus. In de NBV-bijbel hebben de vertalers erboven gezet: Saulus geroepen. Een subtiel accentverschil.
Die bekering – zo u wilt roeping – maakt van Paulus overigens wel een ander mens: een vluchteling in een mand. En dat lot overkomt vele anderen wereldwijd tot vandaag toe. Veel christenen moeten in het geheim samenkomen of moeten zich verbergen om niet gepakt te worden. Ook nu nog zijn er vluchtelingen in een mand. Hoe komt dat? Hoe komt dat eigenlijk dat christenen vervolgd worden?
In de afgelopen week verscheen het boek van Ronald Boyd-Macmillan in Nederlandse vertaling: Volharden in geloof; een onthullende gids over de wereldwijde vervolging van de kerk. Het verscheen twee jaar geleden al in het Engels. Over dit boek werd donderdag jl. ook een studiedag gehouden in het Landelijk Dienstencentrum van de PKN in Utrecht. De auteur werkte twintig jaar onder vervolgde christenen en is nu in dienst van Open Doors.
Hij schrift dat bij vervolging vaak dezelfde patronen zichtbaar worden en illustreert dat aan het verhaal van Siwar, dat ik u vertel. Siwar was een Koerdische taxichauffeur uit Noord-Irak die tot het geloof in Jezus Christus was gekomen. Hij sprak in zijn enthousiasme over het geloof tijdens zijn werk in de taxi en deelde bijbels uit aan passagiers die daar belangstelling voor hadden. Dat wekte de jalousie op van de Moslims. Toen vertelde een moellah tijdens het vrijdaggebed in de moskee een leugen nl. dat Siwar al vijfhonderd Moslims tot afvalligen had gemaakt. Kort daarop krijgt een radicale Moslim een droom van Mohammed dat hij Siwar moet liquideren. Hij wacht Siwar op als hij terugkomt van zijn werk bij de taxicentrale en vraagt hem mee te gaan naar het theehuis: "Ik wil met je praten over je terugkeer tot de Islam." Siwar zegt blij te zijn met zijn nieuwe geloof, maar stemt niettemin in om een gesprek aan te gaan. Als ze de hoek van de garage om zijn, klinkt het Allahoe akbar gevolgd door snelvuur. Collega's vinden Siwar met 28 kogels in zijn lijf. De moordenaar werd gepakt. "Mohammed heeft het me gezegd" vertelt hij "…en dat ik dan in het paradijs zou komen."
Boyd-Macmillan ziet steeds hetzelfde patroon: jalousie, leugens, moord door mensen die zogezegd hun god en godsdienst willen redden. Dat was al zo bij Stephanus en het was niet anders bij Siwar. Godsdienst gaat diep, raakt aan onze diepste gemoedsbewegingen en drijfveren. Godsdienst kan van mensen heiligen maken, maar ook fanatici – mensen die menen dat ze hun God moeten redden. Maar dat is juist de grote vergissing. God zal óns wel redden. Het godsdienstig fanatisme komt niet alleen voor bij Moslims, maar ook bij Christenen. Boyd Macmillan was eens eind jaren negentig op Ambon. Daar ging een christelijke militie ter communie bij een priester. Die eindigde met de woorden: "Ga nu en zalf jullie kapmes met Moslimbloed. We worden onder de voet gelopen. Als we nu niet toeslaan zal de christelijke God van deze eilanden worden verdreven."
Heel vaak is het ook zo dat er vervolging uitbreekt als Christenen iets goeds doen en onrechtvaardigheid aan de kaak stellen. Vandaag wordt vooral ook aandacht gevraagd voor vervolgde Christenen in India. Omdat Christenen zich ontfermen over de Shudra's, de vertegenwoordigers van de laagste kaste, roepen ze de woede op van radicale Hindoes. Dat zijn vooral de mensen van de RSS (Nationale vrijwilligers organisatie). Natuurlijk mogen de Shudra's niet in betere doen komen! Ze behoren voor een habbekrats voor de hogere standen te werken – zoals ook de Romeinse samenleving destijds gebouwd was op het instituut van de slavernij. Met hulp aan de Shudra's ondermijnen Christenen de bevoorrechte positie van de welgestelden. Vandaar ook in India voorbeelden van jalousie, leugens en vervolging. Christenen die moeten vluchten in een mand.
Vandaag bidden we voor allen die vervolgd worden ter wille van Christus. Maar er is meer. Wij mogen ook wel bidden of de Here ons bewaren wil voor de valkuil van het fanatisme. Dat ontstaat zo gemakkelijk in tijden van onzekerheid en grote culturele verandering. Ook mogen we ons wel eens afvragen of wij wel in de mand van het geloof durven zitten zoals Paulus en vele anderen met hem.
Boyd Macmillan haalt het woord van Jezus aan uit Johannes 15: "Wanneer de wereld je haat, bedenk dan, dat ze mij eerder haatte dan jullie." En in II Tim 3:12 lezen we: "Allen die vroom en in eenheid met Christus willen leven, zullen vervolgd worden." Er zijn er wel, die zeggen "Iedere Christen hoort vervolgd te worden." Dat gaat me iets te ver, maar iets van die spanning zal toch wel voelbaar moeten zijn in ons leven.
Tot op zekere hoogte maken we allemaal deel uit van de lijdende kerk. Als wij weinig weerstand ervaren, dan is dat misschien omdat we te snel en te gemakkelijk genoegen nemen met de gevestigde orde. En die is lang niet altijd in overeenstemming met Gods Koninkrijk. Het is niet zo van "wij hier" en "zij daar" in China of India of Irak. Wij reizen dan misschien niet in een mand, maar we dienen allemaal ons kruis op ons te nemen en het Christus na te dragen in de navolging van hem… totdat hij komen zal met alle heiligen en martelaren om zijn strijdende kerk, zijn bruid, tot zich te nemen. Amen.