Preek gehouden op zondag 21 december in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. Lezingen: Jesaja 45:1-8, Mattheus 1:18-21 en Filippenzen 4:4-9.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Een van de meest klassieke teksten uit de adventstijd is wel de Jesajalezing van vanmorgen met daarin het vers waarnaar de vierde advent genoemd is: Rorate (dauwt of druppelt). We vinden daar in Jesaja 45 een voorafschaduwing of een prefiguratie van de Messias. Op 29 oktober in het jaar 539 voor Christus (The New Compact Bible Dictionary, p. 121) hield de Perzische koning Cyrus (Kores) intocht in Babylon en presenteerde zichzelf als een bevrijder. Hij stelde alle ballingen in de gelegenheid om naar hun land terug te keren. Hij gaf ze hun godsbeelden en tempelschatten terug en stimuleerde de herbouw van hun heiligdommen.
Ook de Israëlitische ballingen kregen de mogelijkheid om te repatriëren. We kunnen ons voorstellen dat Cyrus gezien werd als een bevrijder en zijn boodschap als een verlossing. Jesaja noemt Cyrus de gezalfde van God. Koningen en priesters werden gezalfd, omdat ze een opdracht (ambt) van God te vervullen hadden. Cyrus had wel een heel bijzondere opdracht van God gekregen: de redding van het volk. Jesaja noemt hem Gods gezalfde. In de Latijnse bijbel staat er: Gods ‘christus' (met een kleine letter; christus meus Cyrus vrs. 1). Dat is beslist een hoogheidstitel voor deze man, die door God gebruikt wordt zonder het zelf te weten en die door Jesaja wordt ‘neergezet' als een christus-figuur.
Het is ook niet zo dat Cyrus die titel zelf verdiend heeft. Jesaja laat er geen misverstand over bestaan: het is de Here God, die Cyrus bij de hand genomen heeft, die hem als een verlosser door het Midden Oosten heeft laten gaan en die de brozen deuren voor hem opengedaan heeft. De geschiedschrijver Herodutus (I,179) vertelt dat Babylon 100 poorten had van koper en brons. Niet Cyrus heeft ze geopend, maar de Here God. Er is maar één God. Niemand is als Hij. Hij is de enige. Hij is het die het licht roept in de duisternis… die vrede maakt en onheil schept (ja ook dat laatste…)
Het optreden van de Perzische koning Cyrus heeft in Israël het verlangen wakker geroepen naar een ultieme verlosser. Als Jesaja zo hoog opgegeven heeft van Cyrus, komt hij met dat achtste vers. Daaruit spreekt een diepgaand verlangen naar een toekomst waarin het recht zal zegevieren. Laat gerechtigheid regenen van de hemel (rorate) en laat de aarde zich openen. Laat hemel en aarde redding voortbrengen. In de Latijnse bijbel staat: Laat de Salvator komen. Dat is de Redder, de Heiland. We herkennen die naam nog in El Salvador of San Salvador of in de voornaam Salvador (Dali). Zo maakt de Messiasverwachting zich sterk in Israël, een verwachting die tenslotte vervuld werd met de komst van de Here Jezus, Gods gezalfde, Gods Christus met een grote C, de Christus bij uitstek.
Jozef over wie aan de kinderen het verhaal verteld wordt, behoorde tot het oude Israël en hij deelde in die verwachting. Hij strekte zich ook uit naar het recht van God. Er staat dat hij een rechtvaardig man was (dikaios). Hoe hij dat in zijn eigen leven vertaalt, blijkt uit zijn houding t.o.v. Maria. Aangezien Maria zwanger is, zal ze hem ontrouw geweest zijn. Jozef had het recht om haar officieel aan te klagen en dat zou haar dood betekenen. Daarom besluit hij bij haar weg te gaan, waarmee hij de schijn op zich laadt dat het kind van hem is en dat hij Maria ermee laat zitten. Jozef wil barmhartigheid voor recht laten gelden. Dat maakt hem tot een prachtige representant van het oude godsvolk, een prachtmens. Door zo te handelen, staat Jozef de komst van de Messias niet in de weg. Als hij de engel gezien heeft in zijn droom, neemt hij Maria zelfs tot zich. En de Messias wordt geboren, onze Heer Jezus Christus.
Omdat Jezus ons verkondigd wordt als Gods Zoon – de manifestatie van Gods diepste Wezen – vergeten we al te snel dat hij ook een aardse vader had, die voor hem zorgde en hem ongetwijfeld veel geleerd heeft en hem heeft voorgedaan wat rechtvaardigheid en rechtschapenheid is. We mogen rustig zeggen dat Jozef op zijn vader lijkt, want Jezus laat óók barmhartigheid gelden voor recht. Dat is het grote geheim van het evangelie: Genade voor recht laten gelden.
Cyrus, de koning van de Perzen, riep het verlangen wakker naar een Messias die het ultieme recht zou brengen… een vredevorst op een troon voor eeuwig. Die Messias is gekomen toen het Kerst werd in onze wereld. Jezus Christus is een nog grotere verlosser dan Cyrus. Hij heeft ons in eigen persoon laten zien hoe God genade voor recht laat gelden. Daarmee heeft hij laten zien hoe zijn vader in de hemel is. Daarmee was hij ook een rechtgeaarde zoon van Jozef. Barmhartigheid laten gelden voor recht; dat is de ware gerechtigheid. Dat brengt ballingen thuis.
Uiteindelijk is dat ook wat Paulus van de gemeente vraagt in Filippenzen 4 – te doen wat waar is en waardig en rechtvaardig, rein, beminnelijk en welluidend, wat deugd heet en lof verdient. Wat is voor een Christen waar en waardig en rechtvaardig? Wat is waarheid als je mensen ziet lijden onder armoede en verdrukking, zoals die Afghanen op TV die van ellende niet weten of ze voor de Taliban of voor de regering zullen kiezen. Wat is waardig als je jezelf tekort gedaan voelt. Als je vriend of vriendin je bedrogen heeft (zoals Jozef dacht). Wat is rechtvaardig als je een man als Moegabe zijn gang ziet gaan en als je merkt dat ze hem wereldwijd zijn gang laten gaan?! Wat is rein in een samenleving vol onzuivere bedoelingen, waarin steeds een appel wordt gedaan op het erotische? Hoe blijf je beminnelijk als ze je proberen te kwetsen? En wat is tegenwoordig nog welluidend?
Paulus zegt: Wij hebben de Here Jezus die ons geleerd heeft wat deugd heet en lof verdient. En als je er even geen raad mee weet – leg alles in Jezus' naam maar bij God neer. Hij zal je helpen en een vrede geven die je verstand te boven gaat. Jezus is onze Heiland, onze Salvator, groter an Cyrus. Wie tot hem komen en hun zonden belijden, ontvangen genade voor recht. God heeft de hemel opengedaan. Het regent heil en gerechtigheid. Jezus' komst gaan we deze week vieren. Er is een Licht der lichten opgegaan! Amen.