Liturgische gegevens
Naam van de zondag: 8e zondag van de Epifanie
Kleur van de zondag: groen
Intochtslied: Psalm 89:1,8
Zingen na het verootmoedigingsgebed: Ps 56:3
Zingen na de genadeverk: Gezang 430:4,5
Zingen na de leefregel: Gezang 430:6,7
Lezing: Lukas 8:4-15
Zingen na de lezingen: Psalm 25:2
Zingen na de verkondiging: Gezang 50:5,6,7
Herdenken overledenen in de afgelopen week: Gezang 291:2
Slotlied: Opw. 70 (Heer, onze God, hoe…)
Zegen
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Graag wil ik aan 't begin van de preek even de verkondiging van vorige week in de herinnering terugroepen. Toen ging 't over de verlamde man uit Marcus 2 die door vier vrienden bij Jezus werd gebracht en tegen wie Jezus geheel tegen de verwachting in zegt… "Je zonden worden je vergeven." Onder 't koffiedrinken na de dienst stonden we na te praten. 't Ging over de verwachtingen waarmee mensen tot Jezus komen. In de bijbel zien we de zieken komen, melaatsen, een vrouw die lijdt aan bloedvloeiingen. Daar komt een rijke jonge man die zegt "Wat moet ik doen om behouden te worden." Daar komt een man als Nicodemus voor een goed theologisch gesprek. Mensen komen tot Jezus…
Waarom komen vandaag de dag mensen tot Jezus? Met welke verwachtingen? Uit nieuwsgierigheid? Vanuit een godsdienstige of filosofische interesse? Misschien omdat ze iets hebben met het magische en willen weten hoe je wonderen kunt doen? Of omdat ze een zwak hebben voor grote en markante persoonlijkheden: Plato, Alexander de Grote of Jezus van Nazareth? Of komen we bij Jezus uit omdat alle wegen die we uit onszelf probeerden te gaan doodliepen? Of is 't vanwege een zeer grote nood, een intens gevoel van leegte, een uitzichtsloosheid, onvrijheid en gebondenheid? Waarom komen mensen vandaag de dag tot Jezus? Met welke verwachtingen?
Het is wonderlijk hoe mensen in aanraking met Jezus kunnen komen. Er komen er langs platgetreden paden van de vooroordelen en de tradities. We kennen ze wel – die vooroordelen over kerk en geloof. Sommigen hebben ze van huis uit meegekregen. In de kerk zitten we 's zondags op de voorste bank, maar op maandag blijken we onbetrouwbaar te zijn! Het geloof houdt mensen dom. De kerk kiest er altijd voor om de maatschappelijke verhoudingen te bevestigen – de belangen van de gevestigde orde! Op zo'n plaveisel van vooroordelen kan 't evangelie natuurlijk niet ontkiemen. Daar lacht de boze in zijn vuisje, want hij wil immers niet dat mensen gered worden.
Soms is de weg ook geplaveid met tradities. Ik ga naar de kerk omdat vader en moeder dat deden. Ik geloof dat 't zo is omdat de reformatorische traditie ons dat zo overgeleverd heeft. Ik gebruik mijn geloofswoorden omdat ze mij zo voorgezegd zijn en ik zing mijn liederen omdat ik ze zo geleerd heb op school. Je kunt je afvragen of in een hart dat zo platgetrapt is door tradities, gewoonten en vanzelfsprekendheden nog wel één graantje geloof zal kunnen ontkiemen. Wie op platgetreden paden naar Jezus gaat, loopt tenslotte toch aan hem voorbij.
Er zijn er ook die naar Jezus komen vanwege het opzienbarende van zijn optreden. De fascinatie van het buitengewone. Zeker, 't is waar dat we van God wonderen mogen verwachten. Jezus heeft niet alleen woorden gesproken, maar hij heeft ook tekenen gedaan die heenwijzen naar Gods werkelijkheid, Gods heerlijkheid. Maar daarmee is Jezus nog geen magiër, geen Harry Potter. We mogen Jezus niet degraderen tot een kermisattractie. Jezus heeft 't zelf gezegd: "Ze komen alleen maar om wonderen te zien." En tegen iemand die hij genezen heeft, zegt hij: "Houd het maar stil en loop er niet mee te koop…"
Ik zie vandaag ook wel zulke mensen tot Jezus komen. Ze hebben gemediteerd met Boeddha, mantra's gezegd. Ze hebben gewerkt aan bewustwording van hun paranormale vermogens. Ze hebben vooral veel ervaring gezocht (niet God, maar ervaring!): uittreding, eenwording, onthechting. Ze komen bij Jezus vanwege het buitengewone. Ze brengen het niet verder dan tot een wondergeloof. Zo'n geloof wordt in 't begin gekenmerkt door een geweldig enthousiasme. Maar snel is er al weer iets anders. En dan is 't weer over. Het is een geloof dat niet diep wortelt. Het is een geloof zonder wortels.
Ook van korte duur is wat we wel noemen het ‘tijdgeloof'. Geloof voor een tijdje. Mensen hebben er wel wat van gezien, wat van begrepen, maar 't kan de tijd niet verduren. 't Getuigt van grote wijsheid dat Jezus hier in Lukas 8 precies de twee grootste bedreigingen van het geloof noemt en het zijn twee uitersten: zorgen en rijkdom. Zorgen kunnen fataal zijn voor het geloof. Nood leert bidden en soms ook vloeken. Ook rijkdom kan fataal zijn – de hoogmoed van een mens die denkt dat hij het wel redt, zichzelf wel redt. Geloof voor een tijdje… van mensen die gekomen zijn met goede bedoelingen en er ook wel iets van begrepen hebben. Maar ze zijn niet bestand tegen het gevaar van zorg en rijkdom.
Hoe komen we bij Jezus? Om een wonder te zien? Dat mag wel… We mogen op het wonder hopen. Wonderen zijn tekenen van het Koninkrijk. We mogen gaan staan op Gods beloften. Maar ons geloof mag niet uitsluitend een wondergeloof zijn. Of komen we voor een goed gesprek? Daar is niets mis mee! Jezus is de wijsheid in eigen persoon. Of komen we met onze nood, onze pijn, ons verdriet? Jezus ontvangt ons met open armen als we van hem leren willen. En hij is met ontferming bewogen als hij onze moeite ziet. Maar ook hier geldt: Jezus is niet een eerste hulp bij ongelukken en hij leent zich niet voor een vrijblijvend theologisch dispuut.
Waar we het nog niet over gehad hebben, dat is een waarlijk – of zoals dat vroeger genoemd werd – een zaligmakend geloof. Dat is een eigen bewust geloof, niet platgetrapt door tradities. Dat is een geloof dat niet vraagt naar opzienbarende dingen, maar naar tekenen van het Koninkrijk. Dat is een geloof dat de tijd kan verduren – tijden van zorg en rijkdom het hoofd kan bieden door de kracht en de werking van de Heilige Geest. Een geloof dankbaar in voorspoed en geduldig in tegenspoed. Een waarlijk, zaligmakend geloof weet ook dat we de zaligheid niet zelf kunnen verdienen, maar leven van de vergeving door Christus de Heer. Wij leven van genade. Wij bestaan in Gods geduld. Een waarachtig geloof, tenslotte, draagt vrucht. 't Is het geloof van mensen die veranderd zijn aan de ontmoeting met Jezus en zelf iets zijn gaan betekenen voor anderen.
Kan je dat allemaal al in je en bij je hebben als je tot Jezus komt? Nee. Zo'n geloof moet groeien. Zo'n geloof kan je eigenlijk alleen ontvangen. We moeten geen platgetreden paden zijn, maar akkers die geploegd klaarliggen om te ontvangen. Een akker die is opengelegd met rechtgetrokken voren: toonbeeld van ontvankelijkheid. Als we tot Jezus komen met lege handen om te ontvangen, zal hij in ons zaaien het woord van God. En de Heer in de hemel zal het zegenen met zijn groei, zodat ons leven vrucht zal dragen, honderdvoud. Amen.