Preek gehouden in de Veldkampkerk te Harderwijk op 27 april 2008. De lezing was Exodus 31:12-18. De tekst Ex 31:17 "…voor mij en hen is die dag een teken van een eeuwigdurend verbond,…"
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Mijn vader had de gewoonte om aan tafel de bijbel cursorisch te lezen. Hij begon bij Genesis 1 en eindigde met Openbaring 22. Als de bijbel uit was begon hij weer bij Genesis 1 en zo heeft hij dat vele malen herhaald.
Zelf maak ik er een mix van. We gebruiken het rooster 'vandaag lezen wij' met het commentaar daarbij van de bijbelse dagkalender (uitgave Boekencentrum). Maar ik heb ook een doorlopende lezing. Ik wissel dat wat af en ben op het ogenblik bij Exodus. In de afgelopen week las ik het stukje dat we zojuist gehoord hebben. Zo kom je aan je tekst.
De perikoop heeft iets van een afsluiting. Als daar de verbondssluiting geweest is in Exodus 24, worden de stenen tafelen beloofd en Mozes gaat de berg op. Veertig dagen en nachten blijft hij daar. Dan volgen vijf à zes hoofdstukken met aanwijzingen betreffende de bouw van de tabernakel en de aankleding van de priesters. Tot in de finesses wordt het beschreven. En dan in ons bijbelgedeelte ontvangt Mozes de stenen tafelen van de wet, zoals beloofd in Ex. 24:12. In Ex 32 komt er weer vertelstof – geschiedschrijving – over de Israëlieten die in de fout gaan met het gouden kalf.
Wat mij bij de lezing zo opviel was de manier waarop hier over de sabbat gesproken wordt. Deze dag is het teken van Gods eeuwigdurend verbond met zijn volk. En dat woord teken (oot in het Hebreeuws) is hetzelfde dat ook steeds wordt gebruikt als daar sprake is van de besnijdenis – bijv. bij de verbondssluiting met Abraham in Gen. 17:11. De besnijdenis is een teken van het verbond: "Jullie moeten je voorhuid laten besnijden; dat zal een teken zijn van het verbond tussen mij en jullie van geslacht tot geslacht." Dus: door heel de geschiedenis heen.
De zevende dag is de sabbat, een dag van volstrekte rust en aan de Here gewijd. Een teken van het verbond is het. Niet meer of minder dan de besnijdenis! Een heilige dag is het (kodesj). Mijn sabbat zegt de Here. En wat in de vertaling niet tot uitdrukking komt is het majesteitsmeervoud in vers 15: sjabbat sjabbatoon (sabbat der sabbatten). Zo wordt de overtreffende trap tot uitdrukking gebracht – precies als in de uitdrukking 'hemel der hemelen'. Er wordt over de sabbat in superlatieven gesproken. De sabbat is de dag der dagen, de dag bij uitnemendheid. Een rustdag. Teken van het verbond.
Van de sabbat wordt in vers 13 gezegd dat hij de Israëlieten eraan herinnert, dat zij geheiligd zijn. Wat betekent dat? Er staat: om te weten dat ik de Here jullie apart heb gezet. De sabbat maakt Israël tot een apart volk. het heeft iets aparts, een teken, een kenteken of merkteken is het, dat ze van de Here zijn en bij Hem horen.
En nu is het wel zo, dat het daarbij gaat om een zaak op leven en dood. Wie zijn leven niet onder dat voorteken stelt, wordt uit de gemeenschap uitgestoten en vindt daar de dood. Zo iemand breekt het verbond en zal dus niet leven. Er wordt nogal ruw en hoekig over gesproken. Daar is zelfs het bevel om ter dood te brengen! Gelukkig heeft de bijbel twee testamenten. Er is een voortgaande openbaring. Sinds Jezus Christus denken we genuanceerder over dit soort oudtestamentische wetgeving. Niettemin wordt ons duidelijk, dat het houden van de sabbat een breekpunt is, een zaak op leven en dood.
Hoe kan het toch, dat die sabbat voor Israël en voor de Joden tot op de dag van vandaag zo belangrijk is? Daarmee komen we bij het hart van de zaak. Allereerst is daar uit de geschiedenis een ervaring, die voor Israël diep insnijdend is geweest: de slavernij in Egypte. Dat heeft een gigantische impact gehad. No longer slaves. Niet voor niets zijn de verbondssluiting en de wetgeving volledig ingebed in dat grote verhaal over de Exodus, de bevrijding uit Egypteland. Dat is de motivatie achter het sabbatsgebod: Een dag vrij om eraan te denken, dat je geen slaaf meer bent en door God bevrijd. Toen de Israëlieten later na gingen denken over God als de Schepper, hebben ze dat sabbatsgebod zelfs geprojecteerd op Gods eigen werk. God was er geen slaafje van – van zijn scheppingwerk. Hij moest nota bene zelf op adem komen (vers 17). Zo werd de sabbat allereerst gefundeerd in de bevrijding uit de slavernij en vervolgens ook in de schepping. We vinden die dubbele motivatie terug in de twee versies van de tien geboden in Exodus 20 en Deuteronomium 5.
De sabbat is een teken van het verbond, zoals ook de besnijdenis dat is. Een teken is een heenwijzing. Dit teken verwijst naar God die een Bevrijder-God is en die daar trouw aan blijft, want Hij kan Zichzelf niet verloochenen. We raken hier aan de diepste wortels van het Godsgeloof in de Joods-christelijke traditie. Wat is er zo kenmerkend voor dat geloof, voor de gelovige? Het is de overtuiging dat we ten diepste bevrijde mensen zijn, die zich in Gods naam verzetten tegen alles wat ons knecht en tot slaven maakt. Daarom is de sabbat een teken van het verbond. Een heenwijzing naar wie God is en wil zijn. Wie dat teken ernstig neemt, vindt het leven. Wie dat teken minacht en ontkent, vindt de dood.
Er was geen nieuwtestamentische lezing vanavond. Het behoeft echter niet veel betoog, dat dit sabbatsgebod is overgegaan op de zondag als rustdag. Christus is de ultieme expressie van Gods verbond. Daar bij hem blijkt God de Bevrijder-God te zijn. Christus heeft ons weggehaald uit het land van de duisternis (Petrus), weggehaald uit de faraonische macht van zonde en dood. Wij zijn nu verloste mensen en mogen rusten in het volbrachte werk van Christus. Mensen die de zondag vieren geven er blijk van dat zij dit evangelie hebben verstaan en dat ze daaruit leven. Dat gaat wel even iets dieper dan de vraag of je nu op zondag wel of niet fietsen mag. De zondag is de dag van de rust; de gelovige leeft gerust.
Ik heb geprobeerd de sabbatsrust en de beleving van de zondag te vatten in twee begrippen-paren, waarmee ik tegelijk toekom aan de toepassing van de preek. Onze levensinstelling getuigt heel vaak van presteren en vasthouden wat je hebt. Dat is soms ook nodig en dat zit ook wel in de natuur: Je moet in je levensonderhoud voorzien. Dat vraagt de nodige inspanning. Je moet verstandig omgaan met wat je verworven hebt. Als je er niet aan vasthoudt, ben je het zo maar weer kwijt. Maar toch gaan we vér over de schreef in onze hedendaagse graai-cultuur: "Zorg dat je wat presteert! …dat je wat bereikt! …dat je de beste bent. Doe vooral geen stapjes terug. Al maar méér. Al maar méér. Houd vast! Houd vast! Tot je er kramp van krijgt…
Er is een andere levensbeweging nl. die van de gelovige. Die instelling typeren we met de twee woorden ontvangen en loslaten. Wat je hebt is een gave van God. Daar heeft de bijbel ook een woord voor: genade. Het is genade van God als je het leven hebt en middelen van bestaan en vrijheid. Daarom hoef je er niet krampachtig aan vast te houden en mag je proberen om het los te laten, omdat het de Here toekomt. Leren loslaten en terug-ontvangen getuigt van ontspannenheid. Wie kan loslaten – tenslotte zelfs het leven loslaten! – is een gerust mens. Zo iemand kan sabbat en zondag vieren – de dag van de rust.
Wat is je levensdevies? Presteren en vasthouden of ontvangen en loslaten? Neem daar maar eens één dag in de week de tijd voor. Om daar over na te denken. Het zou wel eens een zaak op leven en dood kunnen zijn. Het komt erop aan dat je de tekens verstaat. De sabbat als teken van het verbond. Amen.