Preek gehouden op zondag 28 december 2008 in de Plantagekerk te Harderwijk. Lezingen: Psalm 71 en Lukas 2:25-39
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Als Jezus veertig dagen oud is gaan Jozef en Maria met hem naar de tempel. Ze hebben daar wat rituele verplichtingen te volbrengen. Het losssingsoffer voor de Here Jezus en het reinigingsoffer voor Maria. Ik zal vandaag het hoe en waarom van deze offers niet allemaal uitleggen. Waar het nu om gaat, is dat daar in de tempel twee bejaarde mensen zijn, Simeon en Anna. De eerste twee mensen die Jezus ontmoet en die ons met name bekend zijn, zijn senioren – zouden we vandaag zeggen. Kaj Munk, een Deense dichter en predikant heeft destijds gesproken over het Kerstfeest der oude mensen. (NB. Dat Simeon senior was valt op te maken uit het tekstverband: niet sterven voordat…; heengaan in vrede)
Als er over Simeon en Anna gepreekt wordt, gaat het meestal over de lofzang van Simeon, het profetische woord dat met Jezus het heil gekomen is voor Israëlieten en niet-Israëlieten. We hebben die lofzang zojuist gezongen. Over Anna's persoon is ons iets meer bekend. Ze was een onbetekenend oud vrouwtje, 84 jaar of al 84 jaar weduwe, uit de stam van Aser, waar we verder ook nooit wat over horen. Toch neemt ze een ereplaats in in het geboorteverhaal van Jezus. Vandaag wil ik de insteek eens wat anders nemen, daartoe geïnspireerd door de kerstboodschap van onze koningin Beatrix.
De koningin stelt jaarlijks in haar kerstboodschap met grote eruditie maatschappelijk relevante zaken voor ons volk aan de orde. Het zal ons niet ontgaan zijn, dat zij dit jaar over de generatiekloof gesproken heeft. In één tijdperk – zo stelt zij – leven mensen van verschillende leeftijden samen; van oud tot heel jong. In ons land bepalen ouderen meer en meer het beeld. De maatschappelijke gevolgen daarvan worden steeds vaker als zorgelijk ervaren. De jongeren ervaren de opgelegde zorg voor ouderen niet meer als vanzelfsprekend. Toch ziet onze vorstin het ouder worden niet alleen als een probleem. Vergrijzing heeft ook een verrijkende kant. De vrije tijd kan positief worden benut. Er komt meer ruimte om na te denken, om je in te zetten voor anderen. Levenservaring en wijsheid kunnen worden verzilverd als ouderen die mogelijkheden ook zelf aangrijpen.
Niemand zal ontkennen, dat ouder worden ook zijn moeilijke kanten heeft. De ouderdom komt met gebreken, lichamelijk en vaak ook psychisch. Er vallen mensen om je heen weg met wie je het leven hebt gedeeld. Je vitaliteit wordt minder. Je actieradius en leefwereld wordt kleiner. Je kunt niet meer zo gemakkelijk meekomen met moderne ontwikkelingen. Je moet steeds vaker een beroep doen op anderen, op hulpverlening.
Dat maakt senioren soms wat sikkeneurig, wat klagerig en wat bitter gestemd. Het gaat al vlug over ziek zijn en over dingen die teleurstellend zijn. Er wordt al snel gezegd: Waar moet dat toch heen in deze moderne tijd. En vroeger was het in menig opzicht toch wel beter. Niet alle senioren hebben daar last van, maar velen toch wel. Je hoort vaak een jammerklacht om wat geweest is en niet meer is.
De senioren doen er goed aan om zich te spiegelen aan dat Kerstfeest van de oude mensen in Lukas 2. Het zijn geen klagerige bejaarden die we daar langs zien komen – een beetje rancuneus, zo van: nou ja, die levensfase hebben wij gehad… van jongvolwassen zijn en een kindje krijgen… en vroeger deden we dat allemaal anders. Jozef en Maria ontmoeten hier twee oude mensen, die buitengewoon positief in het leven staan. Woorden van toekomst en hoop worden daar gesproken. Een kind is een teken van hoop. In elk kind sluimert een belofte. Simeon en Anna hebben niet verleerd om te hopen op en te dromen van een toekomst waarin bevrijding en verlossing zal zijn.
Simeon en Anna hadden wel de schrijvers van Psalm 71 kunnen zijn. In die Psalm is een senior-Israëliet aan het woord. Er is hem in het leven nogal wat overkomen, maar hij heeft van zijn jeugd af aan geleefd met God. En nu – oud geworden – zegt hij: Ik wil nog graag aan de nieuwe generaties doorgeven hoe sterk God is en wat het geloof voor een mens kan betekenen. Ik wil erover spreken en ik wil ervan zingen! Dat siert ouderen. Niet altijd maar op jezelf betrokken zijn, klagerig – zo van: Ik zie nooit iemand of ik hoor nooit iets. Maar gericht zijn op jongeren en bereid om ze nog eens wat mee te geven. Onze koningin zegt: levenservaring en wijsheid kunnen worden verzilverd als ouderen die mogelijkheden ook zelf aangrijpen.
Overigens moeten de jongeren vandaag niet denken dat de boodschap alleen voor de ouderen is. Wat senioren op jonge mensen voor hebben, is wijsheid. Wijsheid leer je niet in de schoolbanken en koop je ook niet in de boekhandel. Iemand met wijsheid is een ervaringsdeskundige, iemand die vele jaren meegelopen heeft en je vertellen kan hoe het toegaat in een mensenleven en wat er allemaal gebeuren kan op je werk en in de kerk en tussen mannen en vrouwen en in je gezin en nog veel meer. Ouderen kunnen je levenslessen meegegeven: je vader, je grootmoeder, je ouwe buurman of dat senior-lid van de wijkgemeente. De bijbel spreekt altijd met waardering en respect over grijze mensen.
Ik mag de jonge mensen er ook wel aan herinneren dat er vroeger in Israël recht werd gesproken in de stadspoort. Weet je hoe dat kwam? Nou kijk, daar zaten altijd de ouwe mannetjes bij elkaar – lekker in het zonnetje. En wie de stad in of uitging bracht altijd wel een nieuwtje mee (het plaatselijk nieuwsblad). De stadspoort was een soort hangplek voor senioren, een dugout voor bejaarden. Daar kun je wat badinerend over doen, maar als er eens iets was waar ze niet uitkwamen in dat stadje, dan kwamen de mensen altijd bij de stadspoort terecht, want daar zat de wijsheid bij elkaar.
In Lukas 2 richten twee ouderen het woord tegen Jozef en Maria. We lezen dat ze zich verwonderen over wat van hun kind gezegd wordt. Ze nemen die woorden mee en overwegen in hun hart wat de betekenis daarvan zou kunnen zijn. Met wat ouderen zeggen, kun je vaak je voordeel doen.
Zo heeft Lukas 2 vandaag een boodschap in zich voor ouderen en jongeren. Ik moest nog denken gisteren – toen ik de preek neerschreef – aan Friedrich Nietzsche. Aan de zaak van het Christendom heeft hij niet veel goed gedaan. Niettemin is ons een prachtig woord van hem bekend. Hij zegt: We beginnen ons leven als een kameel, dan worden we een leeuw en we eindigen tenslotte als een kind. Die kameel dat is het jonge kind, dat van vader en moeder allerlei pakketjes meekrijgt en te dragen krijgt – allemaal goedbedoelde raadgevingen, waarden en normen. Je kunt per slot van rekening je kinderen niet zonder geestelijke bagage het leven in sturen. Maar als we dan tieners en volwassenen worden gaan we ons als leeuwen gedragen, die alles stukscheuren wat we hebben meegekregen… om tenslotte te eindigen als kinderen die zich alleen nog maar over het leven verwonderen. Ik wens al onze ouderen en ook jongeren toe dat we ons verwonderen mogen over het leven en over de goedheid van God onze Schepper… tot op hoge leeftijd! En ik eindig met de laatste regel van Beatrix's Kersttoespraak, daarmee vooruitlopend op de Oudejaarsavond (Psalm 90): "In verbondenheid draagt elke generatie geloof over in wat het leven zin geeft en houvast biedt. Generaties gaan, generaties komen; maar in Gods liefde blijven wij allen opgenomen." Amen.