preek 28 mei 2006

Liturgische gegevens 

De dienst werd gehouden op de zevende zondag van Pasen (wit).
In de dienst werd de heilige doop bediend.
Intochtslied:  Psalm 111:1,2 gevolgd door het Klein Gloria.
Zingen na het gebed v. verootm.: Gezang 231:1.
Zingen na de genadeverkondiging en leefregel: Gezang 231:3.
Bij de doopsbediening: Zingen Gezang 333. 
Schriftlezing: Psalm 138
                           Kolossenzen 3:1-4.
Zingen na de lezing: Psalm 138:1,3.
Zingen na de verkondiging: Gezang 230:1,3,5.
Zingen met de kinderen: De Heer is opgetogen. Hij steeg boven alles uit.
Slotlied: Kroont hem met gouden kroon (op de zondagsbrief)

Tekstlezing

Kolossenzen 3:2   "Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is."

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als je exacte wetenschappen studeert, dan heb je genoeg aan het laatste leerboek – bijv computertechniek. Als je jezelf omkeert, is alles al weer anders en beter en sneller en kun je je oude boeken over software weggooien. Bij boeken over de bijbel is dat anders. Wat mensen vandaag de dag over de bijbel en over het geloof te zeggen hebben behoeft niet per se beter te zijn dan wat ze vroeger zeiden. Soms denk je, als je in de kerkvaders of in de reformatoren leest: Misschien hadden ze er toen nog wel meer van begrepen! Daarom gooien theologen hun oude boeken nooit weg en zeulen ze hun leven lang zulke grote bibliotheken met zich mee.

Toen ik bezig ging met Kolossenzen 3, dacht ik: Laat ik voor de grap nog maar eens zo'n oud boek tevoorschijn halen – een uitleg van Calvijn, dus ruim 400 jaar oud en uit de traditie waarin wij staan. En opnieuw werd ik bevestigd in het vermoeden, dat ze vroeger bepaald rake dingen konden zeggen. Calvijn begint met te zeggen dat de Hemelvaart van Christus volgt op het Paasfeest… het feest van zijn opstanding. Zo is 't eigenlijk ook met de gelovige. Als wij ons oude bestaan achter ons gelaten hebben en als we opgestaan zijn tot een nieuw leven, dan moeten we voortaan ook omhoog streven… omhoog kijken naar wat boven is. We zullen bezig zijn met de dingen van God die in de hemel is. En we laten ons niet terughouden of neerhalen door laag bij de grondse zaken.

De uitdrukking ‘aan de rechterhand van God' (die we ook in het Apostolicum tegenkomen) laat volgens Calvijn zien, dat Christus alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Er is dus alle reden toe om naar boven te kijken en te zoeken naar wat boven is. Dat betekent zoveel als: Heer toon uw majesteit! Dat is wat het feest van Hemelvaart ons zeggen wil: Jezus is Koning. Hij heeft alle macht!

Het derde waar Calvijn op wijst is 't woordspel van Paulus in deze verzen: verborgen zijn en openbaar worden. Jezus is in de wolk gegaan – verborgen bij God, maar hij zal terugkomen en verschijnen bij 't laatste oordeel en de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En zoals dat met Christus is, zo is het ook een beetje met ons gelovigen. Ons nieuwe leven is met Christus verborgen in God, maar eens zal alles openbaar worden. Nu kunnen mensen nog zeggen: "Ach wat zie ik ervan? Wat is ervan waar?" Maar als Christus komt, dan zal het in alle duidelijkheid en onweerlegbaar neergezet worden – de nieuwe werkelijkheid van God waarin wij nu reeds leven. Zo zie je maar hoe trefzeker zo'n oude Reformator als Calvijn kan zijn. En daarom gooien we onze oude boeken niet weg. Zoek wat boven is! Jezus is aan Gods rechterhand! Een zal alles voor 't voetlicht komen! Dat is de samenvatting van het feest van Hemelvaart. Psalm 138 heeft ook mooie gedachten die in deze richting strekken: Neerknielen voor de troon; Gods rechterhand; Alle koningen zullen Hem loven. Hij zal het waar maken (voor ons voleindigen).

De boodschap die we meekrijgen vanmorgen kan heel kort worden samengevat. Wij zullen bedenken wat boven is! Er was vroeger een oud formuliergebed dat gebeden werd bij de maaltijd: "…dat we ons gedragen zoals het behoort. Doe ons het hemelse betrachten. Sterk onze zielen door uw Woord." Het hemelse betrachten – dat is bedenken wat boven is. Je ernaar uitstrekken. Dit moet je niet letterlijk nemen alsof de verblijfplaats van God ergens hierboven te lokaliseren is. Dat is een verkeerde en achterhaalde gedachte. Het is jezelf richten op de werkelijkheid van Christus. Jezelf richten op hem, zegt onze NBV-vertaling. Dat is zo gek niet gezegd. Het gaat om een gerichtheid op Christus. Sinds Hemelvaart is daar de gerichtheid op Christus onze verhoogde Heer.

En die gerichtheid is niet tevergeefs! Er zijn in ieder geval twee dingen die we daarbij permanent moeten bedenken. Eerst is daar de rechterhand van God! Christus is sterk genoeg om het waar te maken. Zowaar hij aan Gods rechterhand is. En het tweede is het openbaar worden van Gods werkelijkheid waar nu nog veel verborgen is. Dat zal zeker gebeuren: Gods Rijk zal zichtbaar worden voor iedereen, ook voor de vijanden daarvan.

Ik moet zeggen dat die paar verzen uit Kolossenzen mij echt helpen om mijn geloof te beleven overeenkomstig de belijdenis van Hemelvaart: "Opgevaren naar de hemel. Zittende aan de rechterhand van God de almachtige Vader. Vanwaar hij komen zal…" Hoe dat dan helpt wil ik ook wel uitleggen. "Bedenk de dingen die boven zijn", zegt Paulus. Dat willen we wel – de werkelijkheid van Christus zoeken! Maar dan is daar die zwakheid die toch ook altijd weer in ons is en die maakt, dat we op onze slechte momenten even immoreel, egoïstisch, genotzuchtig of onbetrouwbaar zijn als vele anderen. Als je die zwakheid voelt en als je dreigt toe te geven, dan is het goed om aan die rechterhand van God te denken. "Uw rechterhand verlost mij" zegt de Psalmdichter. Christus die aan Gods rechterhand is, komt mij te hulp.

En als je op de TV weer de gevolgen ziet van de aardbeving op Midden-Java… En het Rode Kruis opent voor de zoveelste keer een rekeningnummer voor noodhulp… Dan zou je bijna denken: Het is allemaal tevergeefs! Laten we maar ophouden met werken aan en hopen op een betere wereld met daarin geluk voor iedereen. Nee! zegt dan de belijdenis van Hemelvaart. Eens zal openbaar worden wat nu nog verborgen is. Eens zal zichtbaar worden wat we nog niet zien. Eens zal aan het licht komen wat we nu alleen nog geloven. Zowaar Christus aan de rechterhand van de Vader is… de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen er komen, waar geen dood en gebrokenheid meer is.

En dan werden daar in de afgelopen week uitspraken gedaan door de gerechtshoven in de VS en in ons land. Levenslang voor de fraudeurs van Enron en forse boetes voor de Ahold-top. En je denkt bij jezelf: Wanneer zal het nu eens afgelopen zijn met het grote gegraai? Wanneer zal er eens een tijd komen waarin zelfverrijking en machtswellust hebben afgedaan… niet interessant meer zijn, omdat iedereen weet heeft van méér, van béter, omdat iedereen weet heeft van Christus!? En dan zegt onze belijdenis van Hemelvaart met de woorden van Psalm 138: Eens zullen alle koningen van de aarde U loven, Heer! Als ze de woorden van uw mond gehoord hebben. De Heer is verheven. Hij aanschouwt de nederige, maar de hovaardige kent Hij van verre.

We gaan besluiten. Slechts vier verzen hebben we besproken, maar ze zijn oneindig rijk aan inhoud. Christus is ons leven zegt Paulus in vers 4. Daar moeten we niet overheen lezen: Christus is ons leven. En ons leven is met Christus verborgen in God. Moet je je voorstellen zeg… dat je in God bent! De oplettende toehoorder heeft gemerkt dat we deze tekst hebben meegegeven aan Willemijn, de dopeling van vanmorgen. Haar leven is met Christus verborgen in God. Wat een evangelie om aan haar mee te geven en haar uit te leggen. Misschien is het niet verkeerd om het haar nog eens te laten horen of te laten lezen als ze later groot is – wat er gezegd werd bij haar doop.

Tenslotte dit: Volgende week is het Pinksteren. Dat is niet iets om te missen, want dan gaan we in de kerken verder met dat thema – hoe de Heer van de Hemelvaart bij ons is. Dus ik zou zeggen: Tot dan! Amen.

Literatuur: Voor de keuze van de lezingen heb ik mij laten inspireren door Postille 54 (2002-2003) blz. 120ev.; De Calvijn-commentaar las ik in Duitse vertaling: Johannes Calvins Auslegung der Heiligen Schrift in deutscher Uebersetzung (K. Müller), Kolosserbrief.