Preek gehouden op zondag 28 september 2008. Dienst op gemeentezondag met bevestiging van ambtsdragers. Lezing: Mattheus 25:14-30.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
2008 is het jaar van het religieus erfgoed. Daarbij gaat het vooral om de vraag hoe de kerkelijke kunst in een tijd van ontkerkelijking bewaard kan worden voor de toekomst. Eduard Postma, onderzoeker aan het liturgisch instituut van de universiteit van Tilburg stelt voor om het kerkgebouw te zien als een soort culturele locus – een plaats waar ruimte wordt geboden aan een stuk cultuur: musealisering van het kerkgebouw. Een plaats waar naast liturgie-viering ook een permanente expositie is. De kerk als een plaats van rust waar alles langzamer gaat dan in de drukte van de stad – het stadscentrum waar de kerk vaak gesitueerd is. Als voorbeeld noemt hij de monumentale St. Laurenskerk in Rotterdam.
Als ik hier om me heen kijk, lijkt dit kerkgebouw ook wel een culturele locus met exposities, hobby's, dans & muziek, wereldwinkel en kleedjesmarkt. Er is heel wat talent in stelling gebracht om er een mooie gemeentezondag van te maken: culinair talent, schilderstalent, organisatorisch talent. Het heeft iets feestelijks om vandaag bij elkaar te zijn. Samen dingen doen, erbij horen, belangstelling hebben voor elkaar, voor wat een ander doet en kan. Eerlijk gezegd is dat een van de meest basale dingen in het leven… dat je een plek hebt waar je thuis hoort, een plek waar je gekend wordt, samen kunt praten, lachen, grienen en liefhebben.
Maar nu is een kerk iets meer dan een culturele locus. Het is ook en vooral de plaats waar de bijbel gelezen wordt. Dat hebben we ook gedaan. We hebben Mattheus 25 gelezen. De gelijkenis over de talenten. Ik hoef dat niet na te vertellen want onze lector heeft het gelezen. De boodschap is, dat je iets moet doen met wat je gekregen hebt. En dan maakt het niet uit hoe je begaafd bent. Er is er één die maakt van twee vier en er is er één die maakt van vijf tien. In beide gevallen is er sprake van een verdubbeling. De inzet wordt beloond. De dienaren krijgen precies dezelfde beloning: ingaan in het feest van de Heer. Alleen degene die te kwader trouw is, krijgt waar hij om gevraagd heeft. Hij verliest ook wat hij had en komt met lege handen te staan.
In deze gelijkenis wordt alles uitgelijnd op het Koninkrijk van God. En talenten noemen we daar gaven van de Geest. En dan komt vanmorgen doodleuk de vraag op ons toe, wat we ermee gedaan hebben of denken te gaan doen. Want er komt een afrekening. Zo is Jezus ook! 't Is niet alleen maar leuk en aardig en ‘looft de Heer'. 't Is straks ook boter bij de vis. Heb je ook wat gedaan in mijn dienst? Ik heb je gered. Heb je ook uit dankbaarheid aan anderen gedacht. Ze liefgehad en tot mij gebracht. Was je een instrument in mijn hand of was je onbruikbaar en nutteloos? Want als het er echt op aankomt, dan klinken daar die grote woorden: barmhartigheid, rechtvaardigheid, vrede en leefbaarheid. Hebben we daar wat aan gedaan? Denken we daar wat aan te doen? Jezus noemt dat het Koninkrijk van God.
Vandaag zijn er ambtsdragers en taakdragers die afscheid nemen en nieuw aantreden. Het verband met het thema talenten en met Mattheus 25 hoe ik nauwelijks meer toe te lichten. Onze wijkgemeente is een prachtige plek om van twee vier te maken en van vijf tien. Onze kerk is een prachtig middel in Gods hand om de barmhartigheid en de gerechtigheid en de vrede te verdubbelen. Om het de Heer met rente terug te geven bij zijn komst! We danken vandaag de Here voor wat er gedaan is. En we bidden voor wat er nieuw gedaan zal gaan worden. Dat is een goed begin op de drempel van een nieuw seizoen. Amen.