Preek gehouden op zondag 30 november 2008 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk in de morgendienst. Het was Eerste Advent. De lezingen waren Psalm 118:24-29 en Filippenzen 1:1-26. De tekst voor de verkondiging was Filippenzen 1:18c "En mijn vreugde (blijdschap) is blijvend."
Het zal over een poosje weer Kerstfeest zijn en we bereiden ons daarop voor in de adventstijd. En dan zijn er maar weinig woorden die ons zo voor in de mond liggen als het woord ‘blijdschap'. Kerst impliceert blijdschap. In de kerstnacht is dat ook het eerste dat gezegd wordt door de engel in het veld van Bethlehem: Zie ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen. Sindsdien houdt de wereld niet meer op om over die blijdschap te spreken en te zingen. "Jesu bleibet meine Freude." "Verheug u, o dochter van Sion." "Rejoice, rejoice, rejoice greatly."
Ook in het Oude Testament is er al grote blijdschap over wat God gedaan heeft. We denken bijv. aan de vaak aangehaalde woorden van Psalm 118, met de oproep: Laten we blij zijn en ons verheugen, ons opstellen in rijdans en rond het altaar gaan met takken in de handen als met het Loofhuttenfeest. Dit is de dag die de Here gemaakt heeft!
In het Nieuwe Testament wordt de blijdschap onlosmakelijk verbonden met Christus de Heer. Hij is onze blijdschap. Zijn boodschap is de blijde boodschap. De dichter Johann Franck dicht in het Liedboek: "Jezus mijn verblijden; voor mijn hart de weide; waar het vrede vindt." Kerstfeest, het grote nieuws dat Christus gekomen is, is een bron van nooit eindigende blijdschap.
"Mijn blijdschap zal blijvend zijn" zegt Paulus in Filippenzen 1. Waarom? En onder welke omstandigheden? Daarmee komen we aan de brief van Paulus aan de gemeente van Filippi, een brief die we ook wel de brief van de blijdschap mogen noemen.
Is het een brief geschreven vanuit de gevangenis, waarschijnlijk in Efeze. Aanleiding tot het schrijven van de brief was het sturen van een hulppakket uit Filippi, dat aan Paulus was gestuurd. Paulus had wat met de gemeente van Filippi. Die was door hem gesticht in Griekenland (Macedonië) direct na zijn overtocht uit Turkije. Het was de eerste gemeente die in Europa ontstaan is.
Het is opmerkelijk, dat Paulus hier in de gevangenis zegt: "Maar ik zal mij blijven verblijden!" Onze eerste reactie zou waarschijnlijk zijn geweest: "Ik zit behoorlijk in de narigheid" of "Ik ben geweldig boos." Maar zo niet Paulus. Hij schrijft: "Ik ben geen misdadiger, en hoef ik me nergens voor te schamen. Dus zijn die soldaten van het hoofdkwartier waar ik gevangen zit bij mij gekomen en hebben gevraagd wat ik eigenlijk gedaan had. Toen heb ik ze verteld, dat ik hier alleen maar zit verwege mijn getuigenis aangaande Christus… En toen ze vroegen wie Jezus Christus is, heb ik de gelegenheid gehad om ze het evangelie te brengen." Paulus was een onverwoestbare optimist, maar dat kwam omdat die blijdschap van Christus bij hem niet stuk te krijgen was.
Hij heeft dat wellicht nergens kernachtiger gezegd dan in ons bijbelgedeelte: Het leven is mij Christus en het sterven gewin (winst). Daaruit spreekt een totale verbondenheid met Christus. Het sterven van Christus is ook voor Paulus een dood-zijn-voor-de-zonden, gewoon niet meer vatbaar zijn voor het kwaad en de duisternis van dit bestaan en deze wereld. En het leven van Christus betekent voor Paulus ook de opstanding tot een nieuwe leven, dat niet meer verloren kan gaan. Hij kan zelfs zeggen: "Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij." Dit is de mystieke eenwording met Christus, die voor Paulus een bron van blijvende vreugde is. Dat maakt hem immuun voor valse beschuldigingen en voor de rivaliteit van andere predikers, die alleen zichzelf zoeken en waarschijnlijk oorzaak zijn van zijn gevangenschap. Het maakt hem immuun voor vijandschap en angst. "Als ze me dood willen hebben, dan gaan ze hun gang maar. Mij wacht een volmaakte toekomst bij Christus mijn Heiland."
Wij vragen elkaar vanmorgen naar die blijdschap van Kerst, die blijdschap van Paulus! Gisteren las ik het gedicht ‘blijdschap' van Guido Gezelle. Sommigen van ons wonen op de Guido Gezellelaan… Daaruit de volgende versregels:
"O blijf bij mij, Gij zon van alle klaarheid
O blijf bij mij, blaakt deur en deur mij nu,
O blijf bij mij, één dingen, één is waarheid
al 't ander al is leugen buiten U!
Gij zijt mijn troost, als alle troost venijn is
Gij zijt mijn hulpe, als niemand helpt, elk vlucht.
Gij zijt mijn vreugde, als elke vreugde een pijne is
Halleluja, als alles weent en zucht."
Kunnen we dat Guido Gezelle nazeggen?
Ik weet wel dat het moeilijk is om die blijdschap te voelen, als je ziek bent of alleen of verdrietig of vol wroeging – als ze je treiteren of als je neerslachtig bent. Maar toch… het is Kerst geweest. God is naar ons toegekomen in Christus onze Heer. We kunnen natuurlijk aan onze teleurstelling en moeite een eeuwig gewicht geven. Maar dat redden we niet. Dan gaan we door de grond! We kunnen ons beter laten dragen door God – door zijn liefde voor ons in Christus Jezus. Mijn vreugde is blijvend, zegt Paulus. Blijdschap is mijn deel en die is gewoonweg niet stuk te krijgen, zowaar Jezus leeft.
Ik wil de boodschap vanmorgen niet versmallen tot een persoonlijk, piëtistisch gevoel van binnen. Paulus schrijft het niet aan een x-aantal individuen; Hij schrijft aan de gemeente, de gemeente van Filippi. Hij zegt het niet tegen u of jou of mij afzonderlijk, maar tegen ons allemaal als gemeente. Hij spreekt in het meervoud. Vers 3: Ik ben blij dat jullie van meet aan hebben meegewerkt bij de verspreiding van het evangelie! Zo komt vanmorgen de vraag tot ons: Wat is dat voor kerk die wij hebben? Een gemeenschap die zuchtend en steunend haar weg vindt? Of een gemeenschap die gekenmerkt wordt door blijdschap. Blijdschap is de grondstemming van ons bestaan. De blijdschap van Christus die niet stuk te krijgen is. De blijdschap van Kerst. Amen.