Preek gehouden op 31 december 2008 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. Lezingen: Job 14 en Lukas 2:25-35
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Ik moet u zeggen, dat ik gisteren nogal wat tijd nodig heb gehad om de lezingen te kiezen. Wat is de verwachting waarmee we hier samen zijn? We komen niet voor het jaaroverzicht van 2008, want dat kunnen we op het journaal wel zien. We komen ook niet voor een sentimenteel oudejaarsavondgevoel a la Nicolaas Beets – van uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen. Toch hebben we niet genoeg aan de oliebollen, de oudejaarsavond-conferences en het vuurwerk, anders waren we hier nu niet. Maar wat is dan typisch voor de oudejaarsavond-prediking? Welke boodschap mag je verwachten als kerkgangers op de laatste dag van het jaar?
In mijn eerste gemeente in Sloten (Fr.) waar ik hulpdiensten verrichtte kwam er eens iemand naar me toe die zei: Oudejaarsavond is Psalm 90:7 "Want wij vergaan door uw toorn. Door uw grimmigheid worden wij verdelgd. Gij stelt onze ongerechtigheden voor u, onze heimelijke zonden in het licht van uw aanschijn." Er is weer een heel jaar voorbijgegaan. En het was eerlijk gezegd allemaal zo best niet… Maar toch heeft de Here geduld met ons en mogen we weer een nieuw jaar binnengaan en met een schone lei beginnen. Nou is dat niet helemaal onwaar, maar of we de boodschap op 31 december altijd zo zwaar aan moeten zetten weet ik niet. Als er niets méér te zeggen is, wordt ik daar wat mistroostig van.
Nu werd je vroeger bij de tekstkeuze nog wel eens geholpen door de leesroosters. Die vermelden echter tegenwoordig geen lezingen meer op oudejaarsavond. Dat is geen christelijke feestdag volgens de liturgen. De kerkelijke oudejaarsavond valt op de laatste zondag van het kerkelijk jaar! Maar dat gaat mij een beetje te snel. Ik ervaar het nog steeds als erg waardevol om samen met u over de drempel te gaan en met elkaar te bidden tot God juist op 31 december. Niet geholpen door de liturgen en de leesroosters heb ik na lang bladeren en ampel beraad gekozen voor Job 14 en de lofzang van Simeon. En ik leg u graag uit waarom.
Waarom Job 14? Omdat het zo'n mooie dichterlijke en ook treffende typering is van ons bestaan. In de discussie met zijn vrienden over het menselijk lijden komt Job tot omschrijvingen die we tegenwoordig existentieel zouden noemen. We herkennen onszelf daar direct in en in de vertaling van de NBV komt het ook dichtbij ons.
Job begint met vast te stellen dat het leven vluchtig is en geen bestand heeft. Het glipt ons tussen de vingers door. Waarom zou God de moeite nemen om met ons in discussie te gaan over goed en kwaad? We hebben niks bij te zetten. We zijn eenvoudigweg geen partij voor Hem. We sterven op de door Hem vastgestelde tijd en daarmee uit. Dat sterven is trouwens onomkeerbaar en definitief. Het leven komt nooit meer terug. Een boom die omgehakt is, loopt nog wel eens uit. Maar als een mens sterft is het Schluss, over en uit. Nog even denkt Job over het dodenrijk als een soort plek waar je schuilen kunt en boeten kunt voor je zonden om dan weer terug te keren. Maar direct verwerpt hij die gedachte weer. Zoals de bergen eroderen en door de natuurkrachten teniet gaan, zoals de stenen tot stof vermalen worden, zo onontkoombaar en onomkeerbaar voltrekt zich ons levensproces en leven we de dood tegemoet. Het einde is onverbiddelijk en definitief.
Wij herkennen dat wel, wat Job hier tegen zijn vrienden zegt. Dat levensgevoel. De dingen gaan zoals ze gaan. Met een zekere noodzakelijkheid. Onafwendbaar gaat het op het einde toe. Weer een jaar verder. Weer dichter bij het einde. 2008 is voorbijgegaan. Wij zijn ouder geworden. De dingen hadden hun loop. Er zit ook een zekere noodlottigheid in de gebeurtenissen. Zoals gisteren iemand tegen me zei tijdens het uur van gebed in de Veldkampkerk: "Sudan, Zimbabwe, Kongo, Somalië en nu weer Gaza. En het blijft maar. En het blijft maar…" Dat is Job 14. We zitten gevangen in een soort kring, een kringloop.
Maar nu komt ons op de drempel van het nieuwe jaar die figuur tegemoet die de naam Simeon draagt. Hij wordt meestal als een grijsaard voorgesteld, want hij zou de dood niet zien voordat hij de gezalfde, de Christus van de Here gezien zou hebben. En als hij de Messias dan in zijn armen houdt, zegt hij: Laat mij nu maar sterven in vrede. We lezen van deze Simeon dat hij rechtvaardig was en vroom (eulabès). Dat betekent: voorzichtig, bedachtzaam. Hij verwachtte de vertroosting van Israël. En als hij de Here Jezus vasthoudt zegt hij: Ik heb de redding van God gezien (sotèrion). Precies hier wordt de kring doorbroken, waar Simeon zegt: Mijn ogen hebben uw heil, uw redding gezien.
We hebben nogal uitvoerig stilgestaan bij Job 14. Als ik sterf kom ik nooit meer terug. We worden onvermijdelijk meegenomen in de loop der dingen, in de gang van de geschiedenis. De dingen overkomen ons met een zekere noodlottigheid. Aan al die gevoelens wordt echter een halt toegeroepen door Simeon die zegt: Mijn ogen hebben uw heil gezien. Heil betekent redding. Christus is onze Heiland, onze Redder. Wij gaan het nieuwe jaar niet in als mensen zonder hoop, maar als mensen die de Redder gezien hebben – mensen die het Kerstfeest gevierd hebben. Simeon heeft het met zijn eigen ogen gezien en wij met hem. Christus doorbreekt de kring. Hij die sterker is dan de dood en het noodlot!
Wij hebben misschien iemand verloren in 2008 door de dood of door vervreemding van elkaar. Dat heeft echter niet het laatste woord, zowaar Christus is opgestaan. Wij zijn misschien vervallen in oude fouten of hebben het grondig verprutst. Maar dat heeft niet het laatste woord, zowaar Christus voor ons gestorven is. Wij worstelen misschien met ziekte of depressie. Maar ook daarin zijn we niet hulpeloos en troosteloos, zowaar Christus leeft. Wij zagen veel duisternis en crisis in politiek en economisch opzicht. Maar dat geeft niet de doorslag, zowaar Gods Koninkrijk komende is. Wij kijken als getrooste mensen terug op 2008 en gaan als hoopvolle mensen over de drempel. Christus is onze Redder en heeft de kring van het noodlot doorbroken. Amen.