Preek op dankdag 5 november 2008 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. De lezing was Jesaja 5:1-7 en Mattheus 6:24-34. De tekst voor de preek was Jesaja 5:4 "Wat kon ik meer aan mijn wijgaard doen; wat heb ik te weinig gedaan?"
Twee keer per jaar staan we in de kerk uitdrukkelijk stil bij het feit dat het leven een materiële kant heeft en dat we daarbij afhankelijk zijn van Gods zegen: de biddag en de dankdag voor gewas en arbeid. In de periode tussen biddag en dankdag, van 12 maart toen we hier ook bij elkaar waren – tot nu, heeft zich wereldwijd een economische crisis gemanifesteerd, die nogal diep gaat en vergeleken wordt met die uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Wat zullen we nu doen? De balans opmaken of er nog wat te danken overblijft of soms niet? We begrijpen allemaal wel dat het zo niet werkt. Dat is wat al te gemakkelijk.
We zullen eerst de Here God eens aan het woord laten. Misschien heeft Hij ons vandaag iets te zeggen dat te denken geeft. Wat vinden we bijv. van Jes. 5:4 "Wat kon Ik meer aan mijn wijngaard doen? Wat heb ik te weinig gedaan?" Zo wordt het perspectief 180° gedraaid. Zo komt de bal bij ons te liggen. Voor we beginnen te klagen over de huidige economische crisis ligt daar een vraag voor óns. Een vraag van God Zelf: Wat had ik nog meer voor jullie kunnen doen? Ben ik soms nalatig geweest?
Hoe komt die vraag tot ons? In welke context? Dat is het lied van de wijngaard uit Jesaja 5. In dat lied bezingt een vrouw haar geliefde en zijn wijngaard. Duidelijk wordt dat God de geliefde is en Israël de wijngaard. De Here heeft een prachtige wijngaard aangelegd met een edele druivensoort. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om er iets goeds van te maken. Er is een muur, een wachttoren en een perskuip. Je zou verwachten dat daar hoogwaardige wijn van komt. Maar nee hoor… het blijft bij zure wrange druiven. De Here vraagt zich af, wat Hij nog meer had moeten doen. Wat heeft Hij verkeerd gedaan?" Omdat de lol er af is, laat hij de wijngaard aan zijn lot over. De boel verwildert en vervalt.
De wijngaard als beeld van de samenleving was geliefd in de bijbelse tijd. Ook Jeremia en Ezechiël hebben er gebruik van gemaakt. Heel duidelijk is ook de gelijkenis van de onrechtvaardige wijnbouwers in Mattheus 21. Steeds weer spreekt uit dat beeld dezelfde boodschap: God heeft alles wel goed gefaciliteerd, maar de mensen zorgen voor een wanproduct.
Wat kon ik nog meer doen? Die vraag van God zet ons vanavond aan het denken. Ik ben geen econoom, maar zoveel heb ik er wel van begrepen, dat we momenteel de wrange vruchten plukken van een onverantwoorde zucht naar geld en goederen. Velen hebben zich rijk gerekend en nu is de zeepbel uit elkaar gespat. Er is gehandeld in gebakken lucht. Ongedekte windhandel. Daar kan niet veel goeds van komen. Het beroemde gedeelte in Mattheus waar staat dat God voor ons zorgt, begint niet voor niets met een waarschuwing: Je kunt niet twee heren dienen – God en Mammon (de geldgod).
De gevolgen daarvan blijven niet uit. Failliete landen en overheden. Negatief sentiment op de beurs. Onrust rond banken en verzekeraars en pensioenen. In de EU is de economie tot stilstand gekomen. In 2009 dreigen er in Europa een miljoen werklozen bij te komen. Overheidstekorten boven de 3%. Ongunstige effecten voor de ontwikkelingslanden. Wij kunnen dat niet allemaal schrijven op het conto van de Here God. Het is mismanagement van mensen in hun zucht naar alsmaar meer. Als het gaat om de Here dan kunnen we Hem alleen maar dankbaar zijn. Hij heeft de wijngaard geplant. Hij heeft ons de aarde gegeven met haar rijkdommen en haar gewassen en dieren en mogelijkheden. Hij geeft ons de wisseling van de seizoenen, de oogst op het veld, de vruchten aan de bomen. Hij geeft de levenskracht, de kracht om te werken en om productief te zijn. Hij leerde ons recht te doen aan armen en misdeelden. Hij leerde ons de liefde voor de zwakken en kwetsbaren. Hij leerde ons te zorgen voor wie niet werken kan – in te staan voor wie verdrukt wordt en zonder rechten is. Wat had God nog meer kunnen doen? Wat heeft Hij te weinig gedaan? Nee, God verdient alleen maar onze dank voor al zijn goede gaven – dat we zo goed gefaciliteerd zijn.
Wij willen God danken vandaag. Daar hebben we ook alle reden toe. Misschien zijn er onder ons ook wel die verliezen geleden hebben. Maar er is nog steeds brood op de plank en medische zorg en onderwijs en veiligheid en warmte in onze huizen. Er zijn delen van onze wereld waar dat wel anders is. Tachtig procent van de Nederlanders verklaart niets te willen bezuinigen op het Sinterklaasfeest. Er zullen ook dit jaar weer heel veel cadeautjes over de toonbank gaan. Gemiddeld € 40 per hoofd van de bevolking. Er is nog steeds heel veel reden tot dankbaarheid. God geeft ons het leven en nog heel veel daarbij dat allemaal extra is: kunst en cultuur, sport en ontspanning en nog veel meer.
Het is goed dat we die dankbaarheid al vroeg leren. Vanmorgen was basisschool de Schakel hier in de kerk. Zelf ben ik bij de dankdagviering geweest in de aula van Het Kompas. Daar legden de kinderen aan elkaar uit wat dankdag precies is. Ze zongen liedjes over respect voor elkaar, over vrede die Jezus geeft langs de weg van het hart. Zingen en rappen. Er werd ook een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid met het starten van een schoenendoos-actie. In de doos spelletjes en voedsel voor kinderen die helemaal niets hebben.
Dat is helemaal in lijn met Jesaja 5 over de wijngaard. God heeft ons goed gefaciliteerd: Geweldige kansen om te helpen en een product te leveren dat het hart verheugt. Had hij soms nog meer moeten doen? Het komt er maar op aan hoe je aan het werk gaat! Amen.