preek 6 januari 2008

Preek gehouden op 6 januari 2008 in de Stadsdennenkerk te Harderwijk. In de dienst werd de heilige doop bediend. De lezing was Matthéus 2:1-12. Voor de verkondiging werd gezongen uit het Liedboek voor de kerken Gezang 166:1. Erna Gezang 166:2.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hebben we de kerstboom al opgeruimd? En de ballen weer in de doos gedaan op zolder? In sommige gezinnen geeft dat problemen. Dan zegt moeder: "Ik wil dat ding nu toch wel weg hebben… hij valt zo uit!" En dan zegt vader: "Laat hem nog een paar dagen staan. 't Is zo gezellig." Soms vragen ze mij om uitsluitsel. Dan denken ze: Die man is theoloog… Ik zeg dan meestal: "Laat hem nog maar staan tot 6 januari. Tot die tijd is 't nog een beetje Kerst."

De oosterse kerk viert vandaag het Kerstfeest. Dat noemen ze het Epifaniënfeest. Epifanie betekent ‘verschijning'. Met de komst van Jezus Christus is Gods heerlijkheid verschenen op aarde. Een andere naam voor hetzelfde feest is ‘Driekoningen'. Op 6 januari denkt de kerk aan Matthéus 2 – de drie koningen. Wij spreken in de reformatorische traditie over de drie wijzen uit het oosten. Daar denken we vanmorgen ook over na.

Er is geen bijbelverhaal waar zoveel legendevorming bij opgetreden is. Er staat magoi, dus het zullen wel magiërs zijn geweest uit Babylonië. Bij een magiër moeten we denken aan wat we tegenwoordig een wetenschapper noemen. Origenes (rond 180 na Christus) weet dat het er drie zijn geweest, want ze geven goud, wierook en mirre. Nog weer later wordt gesuggereerd dat het koningen zijn geweest, want in Psalm 72 staat dat ‘koningen hem geschenken komen brengen'. Rond 600 na Christus krijgen ze namen: Caspar, een jonge man, Melchior, een oudere man met een grijze baard en Balthasar, een kleurling. Of je nu jong bent of oud, of blank of zwart – iedereen kan zich identificeren met één van die wijzen uit het oosten.

Als we Matthéus 2 van alle legendes ontdoen, houden we de harde kern van het verhaal over, die zonder meer aannemelijk is. In de oudheid werd een heldere ster aan de hemel gezien als de opkomst van een belangrijke koning. Wij zeggen tegenwoordig nog van een belangrijk persoon dat zijn ster rijzende is. Er is inderdaad rond de geboorte van Jezus een helder licht aan de hemel geweest, een conjunctie: twee planeten waarvan het licht samenviel misschien wel met dat van een andere ster. Dat tezamen gaf een ongewoon groot licht. Het is voor die astrologen uit Babylonië aanleiding geweest om op reis te gaan. Als ze in Jeruzalem komen, raadplegen ze andere geleerden – schriftgeleerden. Die zeggen: Nou ja, Micha zegt ergens in hoofdstuk 5 dat er in Bethlehem een koning geboren zal worden die groot zal zijn. Zo komen ze in Bethlehem.

Een paar weken geleden hebben we voor de jeugd van onze wijkgemeente een film gedraaid die eind 2006 in première ging: The Nativity Story. Het geboorteverhaal van Jezus verfilmd. En ik heb er ook over geschreven op mijn website. De drie magiërs spelen een belangrijke rol. Ze worden ook niet zonder humor ten tonele gevoerd. De reis van de magiërs en van Jozef en Maria wordt afwisselend in beeld gebracht tot ze elkaar ontmoeten in Bethlehem. En dan geven de magiërs hun geschenken: goud – wierook – mirre. Ze geven daarbij de volgende toelichting: Het goud is omdat dit kind een koning is. De wierook omdat hij priester is. En de mirre is de balsem omdat hij zichzelf gaat (op)offeren. Dat is op zichzelf al een prachtige boodschap: Jezus overwint als een koning de zonde en de dood en neemt ons mee in zijn overwinning. Hij leert ons de weg van het offer te gaan. Hij overwint niet door het zwaard en met geweld, maar langs de weg van de verzoening en het priesterschap. Hij geeft zijn eigen leven voor het onze!

Maar nu wil ik nog eens vanuit een andere hoek naar Matthéus 2 kijken. Daar gaat het mij eigenlijk om in deze dienst. Er zijn drie geschenken, maar er zijn ook drie soorten licht: Het licht van de ster (het licht van de natuur); het licht van de bijbel (de lamp voor onze voet – Ps. 119:115); het Licht der wereld (Jezus Christus).

Kijk, de magiërs, de geleerden uit Babylonië raken geïntrigeerd door dat licht van die ster. Ze zijn zoekers van nature. Ze zijn geboeid door dat licht. Het brengt hen in beweging. Ze gaan op reis. Maar die ster is niet genoeg. De ster zal voor hun in het westen hebben gestaan. Daarom komen ze ook westelijk uit: Jeruzalem. Dat is alles. Heeft u wel eens geprobeerd onder een ster te gaan staan. Die wijkt steeds verder terug. Hij zal ook niet letterlijk boven een stal hebben gestaan. Er was méér nodig voor de juiste plaatsbepaling. De magiërs hebben een reisgids nodig gehad. Gods woord: De coördinaten van Micha 5. En in Bethlehem komen ze dan in de kraamkamer. Voor het kind dat ze daar vinden, knielen ze neer, omdat ze van mening zijn dat ze zijn ster gezien hebben. Zo komen ze op de knieën voor Christus die het Licht der wereld is.

Dat is eigenlijk een mooie weg, die hier afgetekend wordt. Drie keer het licht! Geboeid raken door het licht in de natuur – het licht van de zoeker. Bijgelicht worden door de lamp van Gods Woord – licht voor wie vindt. De persoonlijke ontmoeting met Christus – het Licht der wereld.

Er is veel licht in de natuur. Er is zoveel dat ons verwonderd doet staan. De wijzen sloegen hun ogen op naar de sterren en ze raakten gefascineerd. Zo is het nog steeds. De wetenschap van onze tijd ontsluiert het ene na het andere mysterie. Er is zoveel moois en zoveel goeds in de natuur. Maar we komen er niet mee uit, omdat er ook zoveel duisternis is. Ook al gaan we tot de grens van alle kennen en kunnen. Tenslotte krijgen we onze vingers er niet achter. Het bestaan zal altijd een raadsel voor ons blijven. Daarom blijven mensen zoekers. Het licht van de natuur roept steeds andere en verdere vragen op. Daarom heeft God ons de Bijbel gegeven. Dat is het boek met de antwoorden. Bij het licht van dat Woord vinden we onze antwoorden. In Gezang 1 van het Liedboek voor de kerken zingen we: "Gods woord is van het zijnde, oorsprong en doel en zin." En waar brengt dat bijbelwoord ons dan uiteindelijk? Het brengt ons bij Christus. Het brengt ons bij hem, geknield in aanbidding zoals ook ooit eens de magiërs. Daar wil de bijbel ons brengen. Bij de persoonlijke ontmoeting met God en zijn Zoon Jezus Christus in wie Hij zich geopenbaard heeft. We kunnen met niets minder toe dan dat. Een persoonlijke ontmoeting, een persoonlijke verhouding! Wij zijn per slot van rekening toch ook mensen, heel uniek en heel persoonlijk. Wij willen persoonlijk gekend worden, zoals in Psalm 139: Heer, doorgrond en ken mij! We hebben een sterke Redder nodig die ons bij name roept. Bij Hem, het Licht van de wereld, wil de bijbel ons brengen.

Beste doopouders, jullie hebben een geweldig geschenk gekregen uit de hand van God. Op zichzelf is dat al een stukje licht in deze vaak duistere wereld. Laat jullie kinderen de weg gaan van Matthéus 2. Maak ze deelgenoot van onze verwondering over de natuur, onze schepping, de schoonheid van onze kunst en cultuur, de fascinatie die uitgaat van de wetenschap. En vergeet niet om ze daarbij te vertellen uit dat wondermooie boek, de bijbel, het boek met de antwoorden …zodat ze vinden, het kind in de kribbe en met ons knielen voor hem. Amen.