preek 7 december 2008

Preek gehouden op 7 december 2008 in de Veldkampkerk te Harderwijk. De lezingen waren: Psalm 2; Lukas 1:26-38 en Filippenzen 1:27-30. Tekst voor de preek: Filippenzen 1:27 "Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Evenals uw wijkpredikant heb ik in de adventstijd gekozen voor het alternatieve leesrooster met daarop lezingen uit Filippenzen – dat alles uitlopend op de Christushymne uit Filippenzen 2 op Kerstmorgen. We hebben voor vandaag het slot van Filippenzen 1 gelezen en uit het evangelie het gedeelte over het bezoek van Gabriël aan Maria. Daarover wordt verteld aan de kinderen in het kader van het Kerst- en adventsproject "Geloven is…" Hoe die lezingen met elkaar te verbinden – dat is de uitdaging voor vandaag. Maar we zullen nu eerst eens kijken naar Filippenzen.

Wat is er aan de hand? Wel, Paulus zit in de gevangenis in Efeze. Waarom weten we niet precies, maar Epafroditus uit Filippi heeft hulpgoederen gebracht. En nu schrijft Paulus een bedankbrief. Hij is erg gesteld op de gemeente van Filippi, die hij zelf gesticht heeft toen hij in Griekenland aankwam op de tweede zendingsreis. Hij kent de gemeenteleden daar erg goed – hun leefwereld, hun achtergrond. Het stadje Filippi was een Romeinse kolonie, waar nogal wat oud-legioensoldaten waren neergestreken om daar hun oude dag te slijten. Die zaten er natuurlijk ook in de gemeente en daar houdt Paulus rekening mee. Hij spreekt hen aan zoals dat in het leger gebruikelijk is. Hij geeft ze daar in Filippi een dagorder.

Een dagorder werd bijvoorbeeld uitgevaardigd aan de vooravond van een grote veldslag. Mededelingen over de tactiek, de plaats waar een cohorte werd ingezet en natuurlijk de oproep om niet bang te zijn, want als Romeins soldaat ben je zo goed als zeker van de overwinning! De dagorder was er vooral ook om het moreel van de troepen te versterken.

Paulus spreekt die oud-soldaten daar in Filippi aan in een taal die ze verstaan. Daar is sprake van tegenstanders. Daarmee worden de niet-christenen bedoeld, die het de gelovigen in de heidense cultuur van die dagen moeilijk maken. Daar moet gestreden worden in het geloof. Ze moeten standhouden in de strijd, de verdrukking.

Ook wordt er geleden tijdens de strijd. Dat brengt geen scheiding teweeg met de Heer, maar verdiept juist de eenheid met hem. Omdat Jezus onze Koning en aanvoerder is, moeten we niet in paniek raken en angstig zijn. Het woord dat Paulus hier gebruikt, slaat eigenlijk op een schichtig paard dat tijdens een veldslag niet verder durft draven. Tenslotte zegt Paulus: Jullie voelen je burgers van een Romeinse stad. Eigenlijk een beetje burgers van Rome! Nou, gedraag je dan ook op een manier die past bij het hemels burgerschap. We zijn immers burgers van Gods hemelse stad: de stad Gods. Tot zover de dagorder voor de legioensoldaten in Filippi.

Vandaag krijgen wij ook een dagorder mee: Leef in overeenstemming met het evangelie van Jezus Christus. De dagorder is een evangelie – een goede boodschap. Jezus is de Koning. We strijden aan zijn kant. En we hoeven niet angstig te zijn; we mogen er vast op vertrouwen dat hij de overwinning brengt.

Hij is de Koning over wie Gabriël sprak tegen Maria bij de aankondiging van diens geboorte. Hij zal zoon van de Allerhoogste genoemd worden. Hij zal de troon van zijn vader David ontvangen. Dat betekent: Hij zal de ideale koning zijn die zijn volk vrede brengt. Een eeuwige Koning zal hij zijn. Zijn koningschap zal geen einde nemen.

Daar is een lange tijd van voorbereiding nodig geweest voordat de wereld deze Koning kon zien. Israël wilde een koning, maar zag ook het koningschap mislukken. Daar kwam het ideaal op van een Messiaanse koning. Daarvan spreekt Psalm 2 en Jesaja 9 – de wonderbare raadsman, de vredevorst. En toen die koning kwam, hebben ze hem niet herkend. Hij werd niet geboren in een paleis. Hij werd niet gedragen door een koningin, maar door een eenvoudige vrouw uit Nazareth – Maria. Zelf zei hij: Mijn koningschap is niet van deze wereld. En pas na zijn dood heeft de wereld hem herkend – de eeuwige koning, wiens koningschap geen einde neemt.

Hij is onze Koning, zegt Paulus – gedraag u, leeft in overeenstemming met Koning Jezus. Houd je aan zijn dagorder.

Wat een glanzend voorbeeld van beschikbaarheid en dienstbaarheid wordt ons vandaag voor ogen gesteld in de persoon van Maria. Met groot vertrouwen op God voegt zij zich in het plan, dat God met haar heeft. Zo staat ze de komst van de Koning niet in de weg. Ze draagt hem in haar schoot. Ze vertrouwt vast op Gods goedheid (=thema kinderdienst).

Wat staat er voor ons op de dagorder van Koning Jezus? Waar heeft hij ons nodig aan het front? Waar zet hij ons in als zijn soldaten bij de komst van zijn Rijk? Dat is een vraag voor ons allen samen, maar ook voor ieder apart. Maar één ding is zeker. Onze wapenuitrusting is niet die van Romeinse soldaten. In Efeze 6 lezen we hoe onze wapenrustig er uit ziet: het harnas van gerechtigheid, het schild van het geloof, het zwaard van de Geest en de helm van de verlossing.

Straks komen de kinderen de dagorder voor vandaag opplakken als een puzzelstukje op het grote hart. Daar staat op: Geloof is een vast vertrouwen op Gods goedheid. En er staat een kroontje bij. Het is de dagorder van onze Koning. Laten we dan leven ook deze week weer in overeenstemming met dat evangelie. Amen.