preek 8 juni 2008 9.30 u.

Preek gehouden in de Veldkampkerk te Harderwijk op zondagmorgen 8 juni 2008. De lezingen waren volgens het oecumenisch leesrooster Jesaja 57:14-21 en Mattheus 9:9-13 waarbij de evangelielezing tot uitgangspunt voor de prediking gekozen werd. In de dienst werd het Heilig Avondmaal bediend.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Op 22 mei werd er in de Plantagekerk een symposium gehouden ter gelegenheid van het vijfenzeventig jarig bestaan van dit kerkgebouw. Het thema was ‘Kerk zijn naast de stad. Gelovig eiland of buurthuis met geloof?' Sprekers waren voorganger Gerard van der Schee uit Almere en ds. Hans van Ark uit Wezep. Eén van de belangrijkste uitkomsten was om mensen op te zoeken waar ze zijn – in hun belevingswereld. Terecht werd opgemerkt dat er van Jezus niet zo veel redevoering of preken bekend zijn uit de synagogen, maar juist wel woorden en toespraken onderweg, in de vrije natuur of in de huizen van mensen. Hij was dáár waar de mensen zijn. Daarom houdt Hans van Ark een kerkdienst op het voetbalveld aan het EK vooraf.

Een mooie illustratie van dit alles vinden we in Mattheus 9:9ev – het verhaal van Mattheus de tollenaar ook wel Levi genoemd. Jezus spreekt hem aan in het voorbijgaan buiten bij het tolhuis. Later is hij in het huis van Mattheus, gebruikt daar de maaltijd en is er in gesprek met diens vrienden, een sociaal netwerk waar rechtzinnige Joden niet zo trots op waren. Als Jezus in de synagoge op die belastinginner Mattheus was gaan zitten wachten dan had het lang kunnen duren. Waarschijnlijk had hij hem dan nooit ontmoet. Mattheus kwam niet in de ‘kerk'… zoals zo velen vandaag. Maar Jezus zocht hem op. Belangrijk principe voor de gemeenteopbouw!

Nou, hoe dat met die tollenaars zat, daar kan ik kort over zijn. Ze inden voor de Romeinen het belastinggeld en hielden er zelf ook behoorlijk aan over. Ze deden mee aan het grote graaien zou Xander van Uffelen zeggen. Belasting is so wie so niet populair. Het is ons denk ik niet ontgaan wat er in de afgelopen week allemaal is gezegd over de ecotax en over accijnzen en bezineprijzen. Maar als er dan ook nog eens sprake is van zelfverrijking en heulen met de vijand dan is de maat helemaal vol. Nee, Jezus maakt zich niet geliefd door met tollenaars om te gaan.

Als daar praatjes van komen, dan mengt Jezus zich in die discussie en brengt een aantal argumenten in waar niemand van terug heeft. Een dokter gaat toch ook niet een visite brengen bij gezonde mensen, maar bij degenen die hem nodig hebben. Jezus haalt ook de bijbel erbij. In Hosea 6 staat dat het helpen en redden van mensen misschien nog wel belangrijker is dan keurig naar de kerk gaan… God zegt: "Barmhartigheid wil ik. Dat kun je niet afkopen met offers in de tempel." De Farizeeën hebben er niets van terug. Inderdaad: Een rechtvaardige hoef je niet op te roepen om zich te bekeren. Een zondaar wel.

Mattheus heeft gehoor gegeven aan die oproep om zich te bekeren. Het kan niet korter dan hier beschreven staat. Jezus ziet Mattheus bij het tolhuis zitten. Hij zegt "Volg mij". En Mattheus staat op en volgt hem. Dat is het omgekeerde van Psalm 1. Daar staat: "Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, niet staat op de weg van zondaars, niet zit in de kring van de spotters." Zo gaat het met de zonde… Eerst loop je er eens langs! Dan blijf je er eens bij stilstaan. En dan ga je er bij zitten. Jezelf bekeren gaat omgekeerd. Je blijft niet bij de zonde zitten. Je staat op! En je gaat achter Jezus aan. Zo is het ook met de verloren zoon. In de vorige vertaling staat: "Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan." Met zulke mensen zit Jezus aan tafel – mensen die niet langer neerzitten in hun ellende, mensen die opgestaan zijn en hem volgen.

Zo gaat Jezus vandaag ook met ons aan tafel. Hij wil geen gemeenschap met mensen die hoogmoedig zelfverzekerd vasthouden aan hun oude bestaan. Het grote graaien van Mattheus, de schillen en varkens van de verloren zoon. Hij wil aan tafel gaan met mensen die zich bekeren, die zijn opgestaan uit hun ellende en hem volgen. Hij eet met ze, spreekt met ze en bemoedigt ze.

De opstellers van het leesrooster hebben naast Mattheus vandaag Jesaja 57 geplaatst. Dat is een mooie oudtestamentische illustratie van hetzelfde evangelie: Gods troost is niet voor hoogmoedigen die vasthouden aan eigengekozene wegen. Zijn troost is voor mensen die nederig zijn van geest, mensen met een verbrijzeld hart. Alleen degene die daarom treurt, krijgt genade en vertroosting van God.

Aan tafel gaan met Jezus , het Heilig Avondmaal vieren, heeft altijd die dubbele beweging. We zijn zondaren met een verbrijzeld hart. We zijn aan het eind met onszelf en voelen ons afhankelijk van Gods genade. Tegelijk voelen we ons volmaakt getroost en volkomen vernieuwd door de gemeenschap met Christus en door de kracht van zijn Geest. Luther heeft dat kort op formule gebracht met zijn ‘simul iustus et simul peccator'. We zijn tegelijkertijd een rechtvaardige en een zondaar. Het is niet zo, het wel meevalt. Dat we het laatste stukje missen. Nog even een laatste krachtsinspanning, een laatste sprintje trekken en we halen het nog wel. Het valt helemaal niet mee. We zitten er volkomen naast. We halen het op geen stukken na. We zijn niet een beetje mislukt, maar helemaal mislukt. En tegelijkertijd mogen we er zijn door Gods genade en zijn we volkomen rechtvaardig in en door Christus. En mogen wij ons daarin eindeloos verheugen.

Soms kan een romanschrijver het beter onder woorden brengen dan een theoloog met zijn theologentaal. Ik lees op het ogenblik het boek van Gisbert Haefs, Die Geliebte des Pilatus. De hoofdpersoon van het boek met de naam Kleopatra (een nakomelinge van de grote Kleopatra) ontmoet Jezus in Jeruzalem vlak voor zijn kruisiging. Ze kijkt hem een paar tellen in de ogen en dat maakt een onvergetelijke indruk op haar. Het staat als volgt beschreven: "Een ogenblik maar keek ze hem in de ogen, voor hij het hoofd afwendde naar de zaal van Pilatus. Maar in dit korte moment voelde ze zich doorboord, doorzien en binnenste buiten gekeerd. En tegelijk op een volkomen onbegrijpelijke manier ondervond ze troost en warmte. Het was alsof haar innerlijk voor haar werd uitgespreid, voor hem en voor de wereld ontbloot; alle schande, nederlagen, alle leugens en dapperheid en moedeloosheid en aanmatiging en teleurstelling, alle trots en verdriet. En tegelijk werd alles weer bedekt. Ze voelde zich krachteloos en tegelijk gesterkt. Ze voelde zich terechtgewezen en tegelijk geprezen, uit elkaar gehaald en tegelijk nieuw in elkaar gezet. Wie is die man dacht ze?"

Zo gaan we met Jezus aan tafel. Als mensen die zijn opgestaan uit hun ellende en kracht krijgen zoals Mattheus om Jezus te volgen. Als mensen die uit elkaar zijn gehaald en weer opnieuw in elkaar gezet. Nieuw in elkaar gezet! Amen.