Preek gehouden in de Stadsdennenkerk te Harderwijk op zondag 9 november 2008. Het was een dienst met doopsbediening.Gelezen is: Deuteronomium 32:7-14 en Mattheus 16:24-27. De tekst voor de verkondiging was twee-ledig. Deutr. 32:11/12 "Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de Her zijn volk geleid." en Matth. 16:25 "Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden." In de dienst is gezongen: Opwekking 599, na de preek Gezang 434:1,2 en er is geluisterd naar het lied Mensenkind, tekst Jan Duin; muziek Peter Suijker.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
De laatste tijd is er in de PKN-kerken wat discussie geweest over de doop. Ook op de synode is daarover gesproken naar aanleiding van een notitie van het Evangelisch Werkverband over doopvernieuwing. Sommigen hebben behoefte aan méér dan de kinderdoop. Ze willen die doop herbeleven of bevestigen. Ze denken soms aan de volwassenendoop of overdopen.
Persoonlijk heb ik genoeg aan de kinderdoop. Daarin wordt duidelijk dat Gods trouw aan alles voorafgaat. Hij is er eerder dan ik. Hij had mij al lief voordat ik ‘ja' tegen Hem kon zeggen. En hoe ik dat beleef of hoe vaak ik dat beleef, verandert daar niets meer aan. Gods beloften zijn onberouwelijk.
In dit verband is de tekst van Opwekking 599 betekenisvol. "Nog voordat je bestond, kende Hij je naam. Hij zag je elk moment en telde elke traan. En wat je nu ook doet, Zijn liefde blijft bestaan. Ook niets wat jij ooit deed, verandert daar iets aan… Hij wacht alleen nog maar totdat je komt."
De bijbel heeft voor die gezindheid van God geen beter woord weten te vinden dan dat van het ‘verbond'. God is onze Bondgenoot. Hij is er altijd bij. Ook als we Hem niet nodig denken te hebben. Ook als we Hem vergeten zijn. En als we Hem teruggevonden hebben, beseffen we opeens weer: Hij was er altijd al. Hij is er steeds geweest.
De theologie van Mozes was die van het verbond. Hij was erbij toen God Zijn verbond sloot met Israël op de Sinai. Als Mozes dacht aan dat verbond stond hem altijd een prachtig beeld voor ogen. Dat van de arend. Hij schrijft erover in het lied van Mozes, Deutr. 32.
Hij had het vaak zien gebeuren als hij de schapen van zijn schoonvader Jetro hoedde in de woestijn vlak bij Horeb, de berg Sinai. …hoe een arend zijn jong van de rots afduwt, zodat het vliegen moet, ook al is het bang. Hij heeft 't arendsjong zien vallen en voor het eerst zijn vleugels zien uitslaan om de weerstand van de lucht te ervaren en op eigen wieken te gaan. Hij heeft gezien hoe een arend boven zijn jong blijft vliegen en het op de vleugels neemt als het moe is geworden en terugdraagt naar het veilige nest hoog op de rots waar niemand komen kan.
Ik weet nog, dat ik als kleine jongen van de badjuffrouw in het diepe moest zonder kurken. Ze had een lange stok met een ijzeren haak, die ze onder mijn oksel hield. Ik durfde alleen maar dat baantje zwemmen vlak langs de kant, omdat zij er bij was, ook al was zij heel streng.
Er is diepte, gemeente, en er is grond. Mens-zijn betekent, dat je daar weet van hebt. Dat precies maakt ons tot mens: dat je kunt wegvallen of wegzakken, maar ook dat je wordt opgevangen. Dat daar een grond is die we uit onszelf niet hebben. Je durft alleen maar te vliegen, te zwemmen, mens te zijn als die ander (Ander!) daar is. De arend boven zijn jong, de badjuffrouw met de ijzeren haak, God in de hemel, onze Bondgenoot. Zonder vertrouwen op Hem kunnen we geen mens zijn. Het gaat alleen maar goed als je jezelf verbonden weet met Hem. Verbonden, …bond, …verbond!
Er is een bijzonder woord van Jezus. We lezen het in Matth. 16, maar ook in Matth. 10:39. Het gaat over loslaten en vasthouden. Jezus heeft er vaak over gesproken, anders was het ons niet twee keer overgeleverd binnen hetzelfde evangelie. Het is wellicht een stokpaardje van de Here Jezus geweest: "Wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om mijnentwil die zal het behouden." Als je écht mens wilt zijn, dan moet je durven loslaten en vertrouwen op God, zoals Jezus dat deed.
Wat bedoelt Jezus, als hij spreekt over vasthouden en loslaten? Enkele verzen eerder had hij gesproken over zijn lijden. En Petrus had verontwaardigd gereageerd: Dat zal u niet gebeuren, Meester! We kennen de heftige reactie van Jezus. Echt mens-zijn in de Geest van Christus is je eigen vermeende zekerheden loslaten en het lijden op je durven nemen. Zo krijg je het leven terug. En je durft het alleen omdat Hij erbij is, omdat je vertrouwt op Hem.
God wil ons opvoeden tot volwassenheid. Hij wil dat we durven loslaten en zegt: "Doe maar! Vertrouw mij maar! Laat maar los, dat egoïsme. Je zult merken dat je meer oog krijgt voor anderen en dat je geweldig veel terugkrijgt van anderen. Laat maar los, al die zucht naar eigen roem en eer. Je zult oog krijgen voor mijn Koninkrijk. Laat maar los, die krampachtigheid, waarmee je vasthoudt aan de dingen. Maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Ik weet het wel. Ik weet wel wat je nodig hebt. Je hoeft niet krampachtig vooruit te grijpen naar wat komt. Als je iets krampachtig vasthoudt, kun je niks meer aanpakken. Pas al je loslaat heb je lege handen, die gevuld kunnen worden. Handen die kunnen ontvangen. Laat maar los, die angst voor het lijden, die angst voor de pijn, die angst dat je het niet kunt. Laat maar los. Je wordt er meer mens van, écht mens van. En vertrouw op Mij. En ook als je het laatste los moet laten wat je hebt, je leven, dan val je niet in de diepte, maar je valt in Mijn handen."
Beste doopouders, Jullie hebben vandaag kinderen bij de doopvont gebracht. Je moet ze nog zoveel leren: leren drinken uit een tuitbekertje. Leren lopen en fietsen. Leren oversteken. Leren eten met mes en vork. Leer ze ook om los te laten en te vertrouwen op God: De arend die boven ons zweeft. De badjuffrouw met de ijzeren haak. Leer ze loslaten en vertrouwen. Ze worden er mens van.
En vergeet vooral ook niet om zelf te oefenen in dat loslaten en vertrouwen. Ook je kinderen moet je tenslotte loslaten en ze biddend aanbevelen in Gods hoede. Menigeen heeft het tot zijn schade moeten ondervinden. Als je je kinderen wilt vasthouden zul je ze verliezen. Als je ze loslaat komen ze bij je terug.
Ja, er is diepte en er is grond. Er is diepte in ons leven. Soms dreigen we weg te vallen. Maar daar is ook altijd weer onze God die ons draagt. En wie op Hem vertrouwt, voelt grond onder de voeten. De grond van het verbond.
Ons leven heeft diepte en grond. In God is diepte en grond. Hij openbaart zich als onze liefhebbende Vader, maar in Hem is ook verborgenheid. Hij is ook ontzagwekkend. Het blijft alles een wonder, waar we onze vingers niet achter krijgen. Jan Duin heeft wel iets van dat wonder gezien toen hij dat liedje schreef: Mensenkind
Je bent zo onbeschreven
Een naam zonder verhaal `
Je blaakt alleen van leven
Dat in jou ademhaalt
Jij ben alleen maar iemand
Omdat je wordt bemint
Maar niemand is je vijand
En alleman je vriend
Wie is toch zo vermogend
Dat hij jou heeft bedacht?
En dat door jouw twee ogen
God naar de wereld lacht
Amen