Als een vis in het water

Als een vis in het water

Een
gedenkdag in onbruik geraakt
Zaterdag 31 oktober is het Hervormingsdag. Toen ik in 1988 in Harderwijk kwam,
werden er door de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Hervormde kerk (Geref.
Bond) en de Gereformeerde kerk altijd nog diensten gehouden op 31 oktober. Dat
waren diensten met drie ‘heren’. Er was een predikant voor de liturgie, één
voor de preek en één voor het grote gebed. Daarvan werd een keurig roostertje
bijgehouden.  Een van de plaatselijke
kerkkoren gaf acte de presence.

Er
werd een thema gekozen en er werd een serieuze voorbereiding aan de dienst
gegeven. Ik werd daar altijd voor uitgenodigd en vraag me nog steeds af waarom
dat was. Omdat ik de meest confessionele van mijn collega’s was of omdat ik
geacht werd veel van kerkgeschiedenis af te weten? In de meeste PKN-gemeenten
wordt vandaag de dag echter niet of nauwelijks meer aandacht geschonken aan het
gedenken van de Reformatie. Misschien is men er een beetje van teruggekomen
omdat veel Hervormingsdiensten in het verleden ontaardden in een zich afzetten
tegen de katholieke traditie. En dat is natuurlijk volstrekt ongepast omdat in
die kerk de misstanden van toen niet meer aan de orde zijn. Intussen is het
eigenlijk best zinvol om een gedenkdag te vieren waarop men bepaald wordt bij
de eigen historische wortels. Dat versterkt de identiteit van de beweging
waarvan men deel uitmaakt. Per slot van rekening… waar zouden de socialisten
blijven zonder hun 1 mei-vieringen? Nietwaar?

Luther
Het is wel grappig hoe de dingen kunnen lopen. In ons calvinistische landje
kwam Maarten Luther in ieder geval één keer per jaar op het tapijt. Dat
gebeurde dan rond Hervormingsdag met dat mooie verhaal over die student en zijn
gelofte tijdens het onweer, de latere augustijner monnik en de hoogleraar die
het opnam tegen een verworden Rooms Katholieke Kerk. De 95 stellingen die hij
spijkerde op de deur van de slotkapel in Wittenberg! Ik heb het verhaal – dat
weet ik nog – als ‘kwekeling’ op de lagere school in geuren en kleuren verteld.
De kinderen konden de hamerslagen bijna horen. De rest van het jaar ging het in
kerk en school over Johannes Calvijn. Maar nu we een PKN hebben, zijn we
samengegaan met de Lutherse Kerk. De Lutherse confessies waaronder de beroemde
Augustana (de confessie van Augsburg) behoren nu zelfs tot onze
belijdenisgeschriften. Zie artikel 1 van de kerkorde van de PKN. Eindelijk
zitten Maarten Luther en Johannes Calvijn bij ons naast elkaar in de kerkbank.
Toch sluit ik maar aan bij de oude traditie en voer Luther op in een poging om
de betekenis van de Reformatie opnieuw te achterhalen. In zijn
psalmencommentaar zegt hij bij Psalm 84:4 “Wat voor het vee de weide is, voor
de mens het huis, voor de vogel het nest, voor de gems de rots en voor de vis
de stroom, dat zijn de Heilige Schriften voor de gelovige ziel.”

Het Woord van God
Wat maakte Luther tot de ‘David van de religieuze revolutie’ (Will Durant). Dat
was de enorme hernieuwde concentratie op de Bijbel als het Woord van God. Met
zijn mooie beeldspraak hierboven maakt Luther duidelijk dat Gods Woord de
habitat (natuurlijke leefomgeving) is van de gelovige. Als een vis niet in het
water kan leven gaat hij dood. Die boodschap was bepaald niet overbodig in zijn
tijd. De Rooms Katholieke Kerk van toen was op zijn minst nogal vervreemd
geraakt van de Bijbelse boodschap. Theologen aan de universiteiten waren
drukker met Aristoteles dan met de uitleg van de Bijbel. Als de kerkganger zijn
of haar heilige hostie gekregen had, was het wel goed. Een aan magie grenzende
praktijk zonder onderliggende Bijbelkennis bij de gelovige. Dat gaf de priester
een machtspositie van jewelste. De bisschoppen woonden in paleizen. Kerkvorsten
waren drukker met opdrachten aan kunstenaars dan met armenzorg. Er was een grote
accumulatie van geld en goed op kerkelijk erf, niet gecorrigeerd door enig
profetenwoord of apostolisch vermaan. Men hechtte grote waarde aan de traditie.
Dat is wat de paus ex cathedra dus vanuit zijn bisschopszetel sprak. Maar de
Bijbelse uitlegkunde – het steeds weer opnieuw vragen naar Bijbelse richtlijnen
– schoot erbij in. Dat heeft de Rooms Katholieke Kerk later wel bijgesteld met
name in het concilie van Trente, maar toen was de Reformatie al een feit.
Luther werd de David van een religieuze revolutie waarin de Bijbel als Boek van
God weer in het midden kwam te staan.

Het uitwendige en het inwendige Woord
Ook naar een andere kant toe moest de Reformatie opnieuw aandacht vragen voor
de Bijbel. Er waren stromingen waarin meer waarde gehecht werd aan het
inwendige Woord (de stem van het hart) dan aan de geschreven tekst van de
Bijbel. Wij willen niet ontkennen, dat God onmiddellijk en zonder tussenkomst
van wat dan ook en wie dan ook duidelijkheid, vastigheid en vertrouwen kan
geven in ons hart. Dat is het werk van de Heilige Geest. Echter… Gods Woord en
de Heilige Geest horen bij elkaar. Je moet wel steeds kijken of het inwendige
Woord in je hart overeenkomt met het Bijbelse getuigenis. Er zijn altijd
gelovigen geweest die zichzelf losgezongen hebben van de Bijbel: het – zeg maar
– ‘enthousiaste Christendom’ (een term van Hollenweger), geestdrijvers en
dwepers, doperse ketterijen en Pinkster­extremisme. Als we niet steeds teruggrijpen
naar de Bijbel dan kunnen we met de Geest behoorlijk aan de haal gaan. Ook daar
geldt: De Bijbel opnieuw in het midden! De Bijbel, niet als het boek met
bewijsplaatsen bij je eigen mening, maar als het levende Woord van God, dat ons
bestaan onder de kritiek stelt van Zijn boodschap.

Als een vis in het water
We leven in een tijd waarin de organisatie­deskundigen ons voorhouden dat je
een punt op de horizon nodig hebt. Maar je komt ook ergens vandaan. Dat is niet
onbelangrijk. Als wij recht willen doen aan onze afkomst, dan zullen wij vragen
naar de plaats van de Bijbel in ons midden. Gods Woord is als de kompasnaald
die ons de goede richting wijst. Dat wil zeggen dat de Bijbel richtinggevend is
bij alle nieuwe problematiek die op onze weg komt. Als we recht doen aan 31
oktober, dan dienen wij ons af te vragen of er instanties zijn, die voor ons
belangrijker zijn geworden dan Gods Woord. Dan dienen wij onszelf af te vragen
of we niet aan de haal gegaan zijn met onze eigen zogenaamd christelijke overtuiging.
Dan dienen wij ons af te vragen of het Bijbelgebruik in ons leven nog wel de
belangrijkste rol speelt – of de Bijbel ons nog wel bij Jezus Christus brengt.
Wie bidt om de Geest en leest in Gods Woord kan met een gerust hart 31 oktober
vieren. Zo iemand voelt zich als een vis in het water.