Eigen schuld dikke bult?
Dit
artikel schreef ik voor Samen Geroepen, het kerkblad van de Protestantse
Gemeente Harderwijk nummer 11(2025) p. 19. Het sluit aan bij het Bijbel-leesrooster
RvK/NBG eind augustus 2025
Het is een goed gebruik om aan te sluiten bij het Bijbel-leesrooster dat ook
altijd op deze pagina vermeld wordt. Wie dat volgt, is momenteel bezig met de
lezing van Deuteronomium 28. Daar kunnen we boven zetten: zegen en vloek. Het
liegt er niet om wat hier gezegd wordt. Twee levenswijzen met de consequenties
daarvan worden scherp tegenover elkaar gesteld. Als je je houdt aan de geboden
(de onderwijzing) van de Here, dan vind je een land ‘overvloeiende van melk en
honing’. Als je dat niet doet, dat zal het je slecht vergaan. Je trekt op tegen
de vijand langs één weg en moet vluchten langs zeven wegen. Je wordt de
underdog. Je bent niet meer de kop, maar de staart. De schrijvers van
Deuteronomium hadden een nogal simplistische kijk op de geschiedenis. We noemen
dat het deuteronomistische geschiedenis-schema: Eigen schuld, dikke bult. De
zegen van God had Israël ervaren bij de intocht in het land Kanaän: het land
dat God aan de vaderen onder ede beloofd had. De vloek had Israël ervaren toen
het in ballingschap gevoerd werd. Elke keer ontdekken we hetzelfde patroon: 1)
Het volk houdt zich aan Gods verbond en wordt gezegend. 2) Het volk wijkt af
van Gods leefregels en ervaart geen zegen, maar vloek. 3) Het volk bekeert zich
tot God. En 4) het volk ervaart (opnieuw) Gods zegen.
Het ‘eigen schuld, dikke bult’ stoelt natuurlijk op een stuk realistische
levenservaring. Het is domweg waar dat je aan lagerwal geraakt als je bijv. verdovende
middelen gaat gebruiken. Je verliest je baan, je verliest je partner, je verliest
je huis, je komt op straat en in de goot. Eigen schuld, dikke bult. De
Bijbelschrijvers tot en met Jozua, Richteren en de Kronieken aan toe hebben dit
religieus vertaald. In Deuteronomium 30 wordt dat het mooist verwoord: De zegen
en de vloek houd ik u voor, het leven en de dood. Kies dan het leven, opdat ge
leeft, gij en uw nageslacht, door de Here uw God, lief te hebben… Tegelijkertijd
is het ook helemaal níet waar. Want hoe staat het met de vrome Israëliet, die
nauwgezet leefde naar Gods geboden en die toch in ballingschap werd gevoerd?!
Ik keek eens naar een film. Ik weet de naam niet meer. Ik weet ook niet meer of
het in het getto van Warschau was of in de hel van Dresden. Daar stond een
Jood, rechtop, voor Gods aangezicht terwijl de wereld om hem heen in brand
stond. Hij sprak: “Here mijn God, ik begrijp U écht niet meer. Nochtans houd ik
u aan de beloften van uw verbond.” Het waren zijn laatste woorden.
Wij hebben er misschien nooit zo bij stilgestaan, maar de Bijbel is geen
massief blok waarheid. We zien in de Bijbel geloofsontwikkeling. Je zou kunnen
zeggen, dat er een stuk goddelijke pedagogiek plaatsvindt door de geschiedenis
heen. Wij worden opgevoed. Het ‘eigen schuld, dikke bult’ volstaat niet. De
Here Jezus neemt er ook afstand van. Daar was een blindgeborene en er wordt
gevraagd: Wie heeft er eigenlijk gezondigd? Hij of zijn vader en moeder? En
Jezus zegt: Er heeft hier niemand gezondigd. Maar ik zal hem laten zien! Zo zal
Gods heerlijkheid openbaar worden. Niks eigen schuld, dikke bult. Er is ook nog
zoiets als de gebrokenheid van de schepping.
Onlangs las ik een boek van John D. W. Watts over Jesaja. Jesaja en zijn
volgelingen moeten we wat later situeren dan de Deuteronomist. De profeet opent
een ruimer perspectief. Zijn theologie in een notendop: Het is niet zo
zwart-wit. Gods weg is ondoorgrondelijk! De loop van de geschiedenis is
duister! We begrijpen Hem niet. Maar Hij gebruikt wel koning Cyrus als een
‘heiland’ om zijn volk terug te brengen naar beloofd land. Ooit zullen alle
volkeren naar Sion komen om zijn wet te leren. En Hij zal ons ooit een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde schenken. Ik doe niets af aan de waarheid van
Deuteronomium. Maar bij Jesaja voel ik me toch beter thuis. Dr. Aad Woudenberg